Pagina's

20 juni 2010

Hercule Poirot in Bruges

Hercule Poirot is in Bruges, maar dat lijkt niet echt doorgedrongen tot de vele toeristen die dagelijks de stad belegeren. Zeker geen overrompeling dus, in de magnifieke Stadsschouwburg. Als genodigden van de pers kregen wij plaatsen op de derde rij toebedeeld. Om een idee te geven: als ik mijn arm had uitgestoken had ik net, over Mieke De Loof heen, het kalende hoofd van burgemeester Moenaert kunnen opblinken. Of, aan de andere kant, Aspe een van zijn lange grijze haren kunnen uittrekken. Dat zou nog geld opleveren ook, op e-Bay.

Een nieuw, klein thrillerfestivalletje dus, daar in Brugge. Dat ging niet gepaard met klachten over concurrentievervalsing, zoals bij de Nederlandse Mørd en dødslag. Eregasten waren namelijk Nicci French, het immer vrolijke Britse schrijverskoppel, en ondertussen toch ook een beetje vergane glorie. Nicci en Sean mochten op het podium komen uitleggen hoe ze hun boeken schrijven. Per mail, blijkbaar, hij in zijn tuinhuis en zij op zolder.

Verder bestond de voornaamste taak van Nicci French uit het overhandigen van de Hercule Poirotprijs, de enige thrilleronderscheiding die strikt is voorbehouden aan Vlaamse schrijvers. Met weliswaar één kleine uitzondering dit jaar: mevrouw Kisling, de helft van onze eigen Nicci French, echtgenote van meneer Verhuyck, is Nederlandse. Het echtpaar woont in Zeeland. De duim van Alva was in nog een ander opzicht een buitenbeentje: mevrouw Kisling vertelde op het podium dat spanning eigenlijk niet zo belangrijk is in hun boeken. Sterk als ze daarmee een thrillerprijs zouden winnen.

Tweede genomineerde was Bavo Dhooge, die de laatste tijd alom erkenning krijgt voor zijn komische, Tarantino-achtige thrillers. Zowel Knack als De Standaard, met hun respectieve thrillerrecensenten ook vertegenwoordigd in de jury, zijn onverholen fans. Mieke De Loof, derde genomineerde, kreeg dan weer in De Standaard slechts één ster toebedeeld voor Wrede schoonheid, nochtans, naar mijn bescheiden mening, een sfeervolle historische misdaadroman, waarin De Loof weer een stukje beter is geworden.

Maar wat is dat toch, spanning, vroeg de moderator zich af. Daar wist eigenlijk alleen Bob Van Laerhoven een kort en bondig antwoord op te geven. Spanning, dat is geconfronteerd worden met je angsten. Van Laerhoven las trouwens, zoals alle genomineerden, een stukje voor uit zijn boek. Dat ging over een jongeman met geplette benen en een starend oog in een opengebarsten schedel. Jawel, angsten en demonen.

Waarschijnlijk was dat het spannendste moment van de avond, want nog voor het evenement begon wisten we al wie de winnaar was. Achter ons vertelde Jos Pierreux, eveneens thrillerauteur maar niet genomineerd, dat hij elk jaar (De Bruyn werd al vijf keer genomineerd) een mailtje stuurt naar Patrick De Bruyn om hem alvast te feliciteren. Pierreux kreeg dan altijd een mailtje terug: nee, ik ben het niet, deze keer. Dit jaar: geen antwoord.

En inderdaad, De Bruyn kreeg van Nicci French de Hercule Poirotprijs 2010 overhandigd: een cheque van vijfduizend euro en een gegraveerde Montblanc-pen. De Bruyn kreeg nog even de lachers op zijn hand door een trilogie aan te kondigen, met als eerste titel Mannen die... hun benen scheren.

Naast de gewone Hercule Poirotprijs werd dit jaar ook een lifetime achievement award, een oeuvreprijs uitgedeeld, en wel aan Vlaanderens bestverkopende thrillerauteur Pieter Aspe. Burgemeester Moenaert mocht een mooi kunstwerk overhandigen, maar pas nadat Herbert Flack, hoofdrolspeler in de Aspe-tv-reeks en steeds herkenbaar aan welig tierend borsthaar en zwijmelende vrouwen, hem met een fragment uit Blauw bloed letterlijk te kakken had gezet. Aspe zelf stond er maar wat gegeneerd bij te lachen.

Muzikaal vertier was er ook, tussendoor, met zeer toepasselijk Rigor Mortis, een driemansgroepje dat zong over moord en doodslag. In het Nederlands nog wel. De hoofdredacteur van Knack verwoordde het treffend: ik was nog nooit zo dicht bij rigor mortis. Ook dat is eens een belevenis, op zo een thrilleravond.

17 juni 2010

Matti Rönkä - Grensgeval



Ik pakte de foto van hem aan. Een donkerharige vrouw keek recht in de camera; door de wind hingen er een paar haren voor haar gezicht en ze was net bezig die van haar wang te vegen. Haar mond glimlachte halfslachtig. Op de achtergrond was een strand te zien, met stenen en branding. Ze had een prettig gezicht, donkere ogen, en een blik die een beetje schuin naar beneden gericht was; die leek eerder onderdanig dan arrogant of brutaal.


***


Jawel, ook Finland heeft een Varg Veum. Of een Philip Marlowe, als je wil. Een soort van cynische privé-detective die in nauwe schoentjes komt te staan omdat hij zich te veel moeit met zaken die hem niet aangaan. Inclusief andermans vrouwen. Zo een type is de Russische Fin Viktor Kärppä, ontsproten aan het brein van Matti Rönkä, anchorman bij de Finse televisie. Enige verschil met Varg Veum: Kärppä houdt zich ook bezig met louche zaakjes.

In Grensgeval wordt Kärppä ingeschakeld om een verdwenen echtgenote op te sporen. Dat leidt hem meteen naar Tallinn, want de vrouw is een Estlandse. Daarmee is de driehoek compleet: van Helsinki over Tallinn naar Sortavala in Rusland, waar Kärppä's moeder woont. Binnen die driehoek: sigarettensmokkel, een Russische geheime agent, een Finse flik en een Estse gangsterbaas. Behalve tot veel, heel veel over-en-weergerij leidt dat zowaar tot een ontknoping.

De figuur van Kärppä heeft potentieel, zoveel is duidelijk. Hetzelfde geldt voor de Finse grensstreek, die een rijke geschiedenis te bieden heeft. Hele volkeren werden versast van West naar Oost en omgekeerd. Een grensgebied waar blijkbaar nog altijd veel gesjoemeld wordt. Daartegenover staat een eerder warrig verhaal dat zich vooral afspeelt onderweg naar nowhere. Met de hakken over de sloot, maar volgende keer beter.


Grensgeval van Matti Rönkä - oorspronkelijke titel Tappajan näköinen mies - verscheen bij Q in 2010, vertaald uit het Fins door Annemarie Raas.
200 blz, isbn 9789021437750

6 juni 2010

Jens Lapidus - Bloedlink



Voor sommige mensen was Stockholm een fijne, knusse, authentieke stad. Schilderachtig met beleefde en welwillende mensen, schone straten en interessante winkelmogelijkheden. Voor dienders was het een stad vol drank, kots en pis. Voor veel mensen betekende Stockholm geëmancipeerde openbare instellingen, spannende cultuurprojecten, trendy koffiebars en mooie façades. Voor anderen - alleen façades. Daarachter: biertenten, logementen, bordelen.

***

Snel geld heette een frisse wind te zijn op de Scandinavische hoogvlakten. Jens Lapidus toonde de duistere achterzijde van het zo geroemde Zweedse model. Sociale bescherming voor iedereen, en altijd een beetje groen in de buurt. Lapidus liet een pak gangsters en dealers dat beeld doorprikken. Bloedlink, deel 2 uit de trilogie, doet net hetzelfde, maar dan met nieuwe personages.

Met z'n drieën zijn ze. Oud-huurling Niklas kan het leed van mishandelde vrouwen niet meer aanzien en start een privé-vendetta tegen hun gewelddadige echtgenoten. Thomas Andrén vindt het zijn taak als politieman het gespuis hard aan te pakken, ook al sneuvelen er dan wel eens een paar regeltjes. En tot slot Mahmud, net vrijgekomen uit de gevangenis en alweer in de schulden bij een gangsterbende.

Net als in Snel geld duurt het een half boek eer er enig schot in het verhaal komt. Tegen dan wordt langzaamaan duidelijk welke kant het opgaat, en hoe de drie met elkaar in aanraking zullen komen. Maffiabaas Radovan duikt weer op, zowat het enige personage dat na Snel geld zijn rentree mocht maken. Maar er is ook een lijk in een kelder dat naar een groot politiek complot leidt. Er is een dealer- en een prostitutienetwerk. Er zijn schimmige bedrijven en decadente zakenfeestjes. Lapidus' grootste verdienste is misschien dat hij aantoont dat al die misdaden, van mensenhandel over drugsdealen tot witwaspraktijken, met elkaar verbonden zijn in één groot en machtig crimineel netwerk. Helaas hadden we dat na Snel geld ook al door.

Bloedlink van Jens Lapidus - oorspronkelijke titel Aldrig fucka upp- verscheen bij AW Bruna in 2010, vertaald uit het Zweeds door Jasper Popma.

448 blz, isbn 9789022994450