Pagina's

31 juli 2010

Yann Martel - Beatrice en Vergilius


Henry maakte in zijn antwoorden vaak gebruik van hetzelfde luchthartige voorbeeld: als ik een verhaal vertel over een tandarts uit Beieren of uit Saskatchewan moet ik rekening houden met de ideeën van de lezers omtrent tandartsen en mensen uit Beieren of Saskatchewan, met de vooroordelen en stereotypen waarmee mensen en verhalen in hokjes worden gestopt. Maar is de tandarts een neushoorn uit Beieren of Saskatchewan, dan ligt de zaak volkomen anders. Dan let de lezer beter op, want hij of zij heeft geen vooroordelen omtrent neushoorntandartsen, uit Beieren noch uit andere contreien. Het ongeloof van de lezer schuift open als een toneelgordijn. En dan kan het verhaal zich gemakkelijk ontvouwen. Het onvoorstelbare is de beste manier om mensen in iets te laten geloven.

****

'Het onvoorstelbare is de beste manier om mensen in iets te laten geloven'. Met Het leven van Pi, goed voor de Man Booker Prize in 2002, maakte de Canadese Spanjaard Yann Martel die belofte al helemaal waar. Een boottocht met een wilde tijger aan dek is niet iets wat je alle dagen meemaakt. Het was onvoorstelbaar, maar tegelijk zo realistisch dat je het niet als een sprookje kon afdoen. Iets dergelijks doet Martel ook in zijn nieuwe roman, Beatrice en Vergilius.

Schrijver Henry is een beetje op de dool na het succes van zijn vorige roman. Hij ziet een nieuw manuscript afgeschoten worden door zijn uitgever, trekt naar een nieuwe stad en begint er een nieuw leven. Hij ontmoet er een oude taxidermist, in een winkel vol opgezette tijgers, ratten, pinguïns en aardvarkens. De man vraagt Henry's hulp bij een toneelstuk dat hij aan het schrijven is, met in de hoofdrollen Beatrice en Vergilius, respectievelijk een ezel en een rode brulaap, beiden in opgezette vorm te bewonderen in zijn werkkamer. Henry raakt gefascineerd door de creaties van de in zichzelf gekeerde man. Beetje bij beetje krijgt hij het hele verhaal van Beatrice en Vergilius te horen, en het blijkt sterk aan te sluiten bij zijn eigen ideeën voor een volgende roman.

Martels nieuwe roman gaat er vlot in met de licht-filosofische ironie van Beatrice en Vergilius en de mysterieuze sfeer rond hun baasje, maar gaandeweg groeit ook het besef dat er iets meer achter zit. De beklemming neemt toe en mondt uit in een aangrijpende finale. Beatrice en Vergilius is een meer dan waardige opvolger van Het leven van Pi.

Beatrice en Vergilius van Yann Martel - oorspronkelijke titel Beatrice and Virgil - verscheen bij Prometheus in 2010, vertaald uit het Engels door Marijke Versluys.  
192 blz, isbn 9789044616231

25 juli 2010

Alessandro D'Avenia - Wit als melk, rood als bloed



Waarom geef ik om Beatrice? Dat is lastiger. Ik heb nog geen antwoord gevonden. Zij heeft iets geheimzinnigs. Iets extra's wat ik niet kan doorgronden. Een rood mysterie, zoals het mysterie van de zon die opkomt en de nacht vlak voor de dageraad nog donkerder maakt. Zij is gewoon mijn droom, punt uit, daarom kan ik het niet uitleggen.


****


Leo is zestien, en stiekem wanhopig verliefd op Beatrice. Zijn wereld stort in wanneer hij hoort dat ze ongeneeslijk ziek is. Ze heeft leukemie, en zelfs zijn eigen bloed, dat hij in de kliniek gaat aanbieden, kan haar niet helpen. Dat is in het kort het verhaal van Wit als melk, rood als bloed, debuutroman van dertiger Alessandro D'Avenia. Hij kruipt in het hoofd van een puber die geconfronteerd met zijn eerste echte verliefdheid alle andere dingen laat schieten. D'Avenia balanceert soms op de grens van het goedkope sentiment, maar gezien Leo's jeugdige leeftijd komt dat zeer ontwapenend en authentiek over. Ach, die puberjaren, waar zijn ze toch gebleven? 

Wit als melk, rood als bloed van Alessandro D'Avenia - oorspronkelijke titel Bianca come il latte, rossa come il sangue - verscheen bij Cargo in 2010, vertaald uit het Italiaans door Manon Smits.
256 blz, isbn 9789023458302

24 juli 2010

Nico De Braeckeleer - Het enigma van 8


Hij keek niet in haar ogen, want hij wilde haar leed niet kennen. Het was hem alleen te doen om haar energie. Hij zou de plaats zoeken waar de energie volop in haar bruiste, en daar zou hij zijn symbool inbrengen. Het symbool dat de Gedoopten voor de Apocalyps moest behoeden.

**

Nico De Braeckeleer, voorheen voornamelijk jeugdauteur, heeft sinds 2008 ook een paar thrillers op zijn palmares staan. Eerst was er Nachtblauw, gevolgd door een verhaal in Kleurenblind. Daaruit bleek al De Braeckeleers voorliefde voor het occulte. De cover van Het enigma van 8 doet weliswaar denken aan een Da Vinci-kloon, maar Kramat opteerde er uiteindelijk toch voor het boek onder te brengen in de 'Meesters in Magie'-serie. Wat begint als een aangename misdaadroman rond een religieuze gek die de een na de ander vermoordt, aangevuld met enkele verhaallijnen rond zelfmoorden, ontaardt zowaar in een strijd tussen God en duivel. Dat dat ook letterlijk gebeurt, zal niet iedereen kunnen bekoren. Liefhebbers van het genre daarentegen zullen het met vaart en souplesse geschreven Het enigma van 8 niet afdoen als miskoop.

Het enigma van 8 van Nico De Braeckeleer verscheen bij Kramat in 2010.
 268 blz, isbn 9789079552276

17 juli 2010

Thomas Pynchon - Eigen gebrek



Weer thuis draaide Doc een joint, zette hij de tv aan voor een late film, pakte hij een oud T-shirt en scheurde dat in korte, smalle repen tot hij er een stuk of honderd had liggen, waarna hij enige tijd een douche nam en hij de ene na de andere natte lok van zijn hoofd plukte en die om zo'n reep T-shirt heen rolde, die hij telkens met een knoop vastzette, een slavenstijltje dat hij over zijn hele hoofd herhaalde, waarna hij misschien een halfuur de haardroger erop zette, waarbij hij misschien wel of misschien niet in slaap viel, om de knopen er vervolgens weer een voor een uit te halen en de hele boel op te borstelen tot hij een aanvaardbare afrocoupe van zowat een halve meter doorsnee had.


**


Hij schreef zich de klassiekerlijstjes in met o.a. Regenboog van zwaartekracht, wordt om die reden zelfs genoemd als mogelijke Nobelprijswinnaar, maar houdt zich ver van alle perslui en fotografen. De laatste tekenen van leven, op zijn boeken en journalistiek werk na, dateren alweer van een halve eeuw geleden. Dat intrigeert. In die mate dat zelfs The Simpsons hem tot twee keer toe mochten verwelkomen, voor de gelegenheid met een papieren zak over het hoofd. Misschien dat daaruit ook de scène met de kartonnen doos is ontstaan: in Eigen gebrek vormt Doc zichzelf een afrokapsel, waarna hij om te slapen zijn hoofd in een doos stopt, omdat het anders uit model zou geraken. We hebben het natuurlijk over Thomas Pynchon, de succesrijkste onbekende auteur van de Verenigde Staten, en waarschijnlijk zelfs van de wereld.

Eigen gebrek is voorlopig zijn laatste wapenfeit. Hoofdpersonage is privédetective Doc Sportello, afwisselend zo geil als een otter en zo stoned als een garnaal. Meestal zelfs allebei tegelijk. Dat is geen probleem, want we zijn in Californië in het begin van de jaren '70. Pynchon dompelt je onder in de hippiecultuur die langzaamaan haar hoogtepunt bereikt. Het is best grappig te lezen hoe de zeden intussen veranderd zijn, maar voor degenen die de periode niet zelf meemaakten dreigt het op den duur vervelend te worden. Ook het verhaal draagt bij aan dat gevoel. Pynchon voert een pak personages op, die meestal enige tijd vermist zijn, maar dan toch plots weer opduiken. Het maakt het verhaal niet eenvoudiger, maar dat schijnt een vast element te zijn in Pynchons boeken. Eigen gebrek is wel grappig, maar misschien heb je een joint nodig om er ten volle van te genieten.

Eigen gebrek van Thomas Pynchon - oorspronkelijke titel Inherent Vice - verscheen bij De Bezige Bij in 2010, vertaald uit het Engels door Auke Leistra.
415 blz, isbn 9789023450320

11 juli 2010

Petros Markaris - Het kindermeisje



De Moeder Gods kijkt streng, bijna berispend, van boven op me neer. Zo komt het me tenminste voor, maar het kan ook inbeelding zijn of door minderwaardigheidsgevoelens ingegeven Grieks-orthodoxe eigendunk. Heeft de Moeder Gods niets beters te doen dan zich met mij bezig te houden? Ze heeft haar ogen gevestigd op haar kudde schaapjes die zich in de ruim bemeten voorhal verdringt. Heel toevallig bevind ik mij daar ook tussen, met mijn echtgenote en een horde Griekse toeristen.


****


Camilleri's Montalbano prijkt hier vooralsnog op eenzame hoogten in het favoriete-commissarissenlijstje, maar hij krijgt concurrentie. Niet vanop eigen Siciliaanse bodem, maar wel uit mediterraanse omstreken. Kostas Charitos is zijn naam, en hij is commissaris in Athene. Het kindermeisje is niet zijn eerste avontuur. Voordat AW Bruna er brood in zag, vorig jaar met Bloedrechters, kregen we al drie delen voorgeschoteld, met De zelfmoord van Che als bekendste titel.

Athene, waar de flikken per definitie kop van jut zijn, waar studenten vermomd als communisten de straten onveilig maken, waar smog de Acropolis nog net onzichtbaar laat, waar elke vijf minuten chauffeurs op de vuist gaan omdat het niet snel genoeg vooruit gaat. Dat is de natuurlijke habitat van Kostas Charitos. In Het kindermeisje ruilt hij Athene evenwel voor Istanbul, even hectisch, maar (tot spijt van enkelen) niet meer onder Griekse heerschappij. Ooit woonden er veel Grieken, maar die zijn allang teruggekeerd naar het moederland. Met z'n tweeduizend zijn ze nog, de Griekse Turken. In die hoek situeert zich Het kindermeisje, want een oude, bijna negentigjarige Griekse heeft eerst haar halfbroer vermoord met een zalig smakende doch vergiftigde pita, en is daarna vertrokken naar Istanbul, waar ze wraak neemt voor al wat verkeerd is gelopen in haar leven. Het toeval wil dat Kostas met zijn vrouw op rondreis is door Istanbul. Ideaal om verbindingsofficier te spelen tussen de Turkse en Griekse politie.

Naast Charitos is zijn vrouw Adriani - ik stel me haar voor als een zwartgeverfde, rondborstige en ietwat besnorde matriarch - de ster van Het kindermeisje, en eigenlijk van de hele Charitosreeks. Het koppel discussieert en kibbelt met zuiderse uitbundigheid, en op een of andere manier versterkt dat ook de huwelijksband. Voeg daar nog aan toe een verhaal rond het onverwerkte trauma over het verlies van Konstantinopel, het lijden van minderheden waar ook ter wereld, en - mijn persoonlijke favorieten - een tandloos oudje en zijn tegenspeler in het bejaardentehuis die elkaar dagelijks afmaken tijdens het kaarten, en je hebt een heerlijk zuiders getint boek, humoristisch en mét een boodschap. Was ik niet zo voorzichtig van aard, ik zou zeggen: move over, Montalbano.


Het kindermeisje van Petros Markaris - oorspronkelijke titel Παλιά, Πολύ Παλιά - verscheen bij AW Bruna in 2010, vertaald uit het Grieks door Noortje Pelgrim.
221 blz, isbn 9789022997529

10 juli 2010

Mieke De Loof - Wrede schoonheid



Ksaveri Ignatz stormde de monumentale trap van de universiteitshal af en stopte. Zijn ex-professor, die hij zo lang niet meer had gezien, stond in gedachten verzonken tussen de arcaden rond de binnenplaats. Een verdwaald dier, dat de kudde niet meer kan vinden, flitste het door Ignatz' hoofd.
'Herr Professor, wat een toeval.'

****

In 2004 won Mieke de Loof de Hercule Poirotprijs voor haar thrillerdebuut Duivels offer. Twee jaar later schreef ze Labyrint van de waan, met eenzelfde Ksaveri Ignatz, jezuïet en geheim agent in de hoofdrol. Daarna bleef het enkele jaren stil. Misschien was De Loof te druk bezig met het voorzitterschap van de Vlaamse misdaadauteurs. Maar anno 2010 is ze terug, bij een nieuwe uitgever, met een zeer stijlvolle cover, en inhoudelijk ook alweer een stapje verder dan vier jaar geleden.

De Loof situeert haar reeks van misdaadromans in het Wenen van net voor de Eerste Wereldoorlog. De jezuïet Ksaveri Ignatz heeft er zijn thuisbasis, niet alleen als psychiater, maar ook als geheim agent. In Wrede schoonheid ontmoet hij zijn oude professor Von Graff, die de dag erna vermoord wordt teruggevonden. Foto's rond het lijk wijzen op de betrokkenheid van Egon Schiele, een schilder, omstreden omdat zijn werk naar pornografie zou neigen. Het is aan Ignatz om samen met zijn vriendin Elisabeth de waarheid te achterhalen, eerder zijn jezuïetenoverste gehoorzamend dan de Weense politie.

De Loof heeft goed geluisterd naar Jim Madison Davis, die een paar jaar geleden een masterclass plotschrijven gaf. Het verhaal is doordacht en afgelijnd, zonder uit te wijden over onbenulligheden. Het past perfect bij het statische van de Weense salons. Wrede schoonheid refereert ook aan de gesprekken die toen gevoerd werden, althans in Ksaveri's kringen: de psychoanalyse, die nog in de kinderschoenen staat, of de verschillende stromingen in de Kerk. De Hercule Poirotprijs moest De Loof dit jaar aan De Bruyn laten, maar als ze zo verderdoet, neemt ze vast nog eens revanche.

Wrede schoonheid van Mieke De Loof verscheen bij De Geus in het voorjaar van 2010.
222 blz, isbn 9789044515589

9 juli 2010

Charlotte Carter - Rhode Island Red



Ik ben geen dakloze bedelaar. Hoewel ik op straat in New York saxofoon speel, slaap ik daar niet. Ik ben een meter vijfenzeventig lang, ben in januari achtentwintig geworden, ben wat betreft kleur en lichaamsbouw zowat het evenbeeld van Grace Jones (zij heeft een mooiere taille, ik win qua borsten). Ik ben ooit derde geworden in de spellingwedstrijd van onze staat (toen ik twaalf was), ik ben afgestudeerd in Frans aan het liberale Wellesley College en heb daar als bijvak muziek gedaan (alles met een beurs), en ik woon in een flat met een lage huur in een nietszeggend flatgebouw zonder lift aan de rand van Gramercy Park, op het punt waar die buurt overgaat in de methadonrijke buurt vol drugsbehandelcentra, ziekenhuizen en gestichten aan First Avenue.


***


De New Yorkse schrijfster Charlotte Carter debuteerde in 1997 als thrillerschrijfster met Rhode Island Red. Ze schreef vier boeken rond Nanette Hayes, waarvan Lebowski er onlangs drie op de markt bracht tegen een aardig prijsje. Afgaande op Rhode Island Red zijn ze het lezen zeker waard.

Nanette Hayes speelt saxofoon. Niet uitmuntend goed, maar toch voldoende om wat stuivers te verdienen in de straten van New York. Dat is meer dan genoeg, tot haar vriend Walter haar verlaat. Kort daarna neemt ze een wildvreemde man mee naar huis, omdat hij naar eigen zeggen stapelgek op haar is. Hij mag overnachten in de woonkamer, waar hij in het holst van de nacht, zonder dat Nanette er iets van merkt, wordt vermoord. De dag erna wacht Nanette niet alleen de schok van een dode man op haar tapijt. De man heeft ook een badge van de New Yorkse politie op zak, en zijn saxofoonkist bevat een pak geld.

In een jazzy sfeertje tracht Nanette een paar dingen op een rijtje te krijgen. Wat te doen met al dat geld? En waarom komt een undercoveragent dat uitgerekend bij haar verbergen? Carter bouwt een paar verrassende wendingen in in een what-you-see-is-what-you-get-misdaadroman: de mooi vormgegeven cover past wonderwel bij de sfeer van het boek. Jazzmuziek, het zwarte New York, maffia, een nijdige politieman en als kers op de taart een Rhode Island Red. Voor je begint te googelen: in dit geval gaat het níet over een kippenras.


Rhode Island red van Charlotte Carter - oorspronkelijk uitgegeven onder dezelfde titel - verscheen bij Lebowski Publishers in 2010, vertaald uit het Amerikaans door Daniëlle Stensen.
192 blz, isbn 9789048804726

8 juli 2010

Jonathan Coe - De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim



Dus daar zat ik in een van de hokjes nadat ik de gebruikelijke handelingen had verricht, de zitting schoonvegen en zo, en toen voelde ik het ineens. De eenzaamheid. Ik zat daar, onder de grond, in een piepklein hokje, tienduizenden kilometers van huis. Stel dat ik op dat toilet een hartaanval kreeg, wat zouden dan de gevolgen zijn?


***


De Britse auteur Jonathan Coe heeft de gewoonte over elk decennium een boek te schrijven, naast tussendoortjes als De regen voor hij valt en een biografie van schrijver B.S. Johnson. Met De Rotters Club (jaren '70), Het moordende testament ('80) en De gesloten kring ('90) trachtte hij telkens de tijdsgeest van een decennium te vatten, en niet zonder succes. De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim sluit voorlopig het rijtje af. Onderwerp: de sociale eenzaamheid van de eenentwintigste eeuw.

Eenzaam is Maxwell Sim zeker, wanhopig op zoek naar wat menselijk contact. Met zijn vader, verhuisd naar het verre Australië, heeft hij nooit een sterke band gehad. Zijn huwelijk met Caroline is op de klippen gelopen, en de afstand tussen hem en zijn dochter wordt tijdens het verhaal pijnlijk duidelijk. Maxwell worstelt met een depressie, en besluit een nieuwe uitdaging aan te gaan: een ecologisch verantwoorde tandenborstel aan de man brengen tot in de uithoeken van het Britse rijk. Zijn reis brengt hem naar het meest noordelijke puntje: de Shetland-eilanden. Onderweg tracht hij zijn leven weer op te bouwen, maar dat beperkt zich helaas tot vluchtige en onbevredigende contacten, valse levens op internetfora en gesprekken met zijn gps-toestel.

Opvallend zijn de aparte verhalen in elk hoofdstuk. Iemand uit de omgeving van Maxwell vertelt over zijn of haar geschiedenis. Het werpt ook telkens een nieuw licht op Maxwells leven. Zo identificeert hij zich even met een zeiler die jaren geleden zogezegd de wereld rondvoer, maar in feite iedereen bedroog. Jammer dat Coe die vergelijking niet verder weet door te trekken. In de plaats daarvan krijg je een heel bijzonder einde, te verwerken dat je in verwarring achterlaat. Wel amusant, maar misschien moet Coe er nog een paar jaar overheen laten gaan voordat hij het ultieme 2000-boek schrijft.

De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim van Jonathan Coe - oorspronkelijke titel The Terrible Privacy of Maxwell Sim - verscheen bij De Bezige Bij in 2010, vertaald uit het Engels door Otto Biersma en Willem Muilenburg.
413 blz, isbn 9789023459590

7 juli 2010

Matthew Green - De tovenaar van de Nijl



Dit was een conflict waarin mensen die anderen de neus afhakten tevens slachtoffers waren, omdat ze ontvoerd waren en uit naam van Kony gedwongen werden te vermoorden. Dit was een conflict waarin mensen voedsel gaven aan dezelfde rebellen die misschien hun hele dorp met de grond gelijk zouden maken, omdat ze hoopten dat ze hun verloren zonen en dochters zo misschien hielpen te overleven. En dit was een conflict waarin mensen zich dubbel verraden voelden, namelijk door de rebellen die hen terroriseerden en door een regering die ze in kampen liet creperen.


***


Rare jongen, die Matthew Green. Trekt samen met een pak andere journalisten naar de Congolese brousse, slaagt erin één vraag te stellen aan een verzetsleider, en doet daar dan heel euforisch over. Alsof hij tussen de krokodillen de Nijl heeft moeten overzwemmen om daar te geraken. In de praktijk liep het wel wat vlotter (hoewel dat een relatief begrip is in Midden-Afrika) en is zijn prestatie een pak minder spectaculair dan je op het eerste zicht zou denken. Maar de man schreef er wel een boek over, en dat is best interessant.

De verzetsleider waarvan sprake is Joseph Kony, baas van het Ugandese Verzetsleger van de Heer, dat de wapens heeft opgenomen tegen president Museveni. Zo zijn er wel meer rebellenbewegingen in Afrika, maar Kony spant de kroon qua wreedheden. Meest in het oog springend is de recrutering - zeg maar ontvoering - van kinderen om te dienen in zijn leger. Zelf ontkent Kony in alle toonaarden, maar intussen loopt nog altijd een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Tegelijk toont Green de achtergrond van het conflict. In een normale maatschappij zou één man, en dan nog één die zich beroept op God en handelt volgens de Tien Geboden, onmogelijk een hele regio in zijn greep kunnen houden zonder op een bepaald moment tot de orde geroepen te worden. Maar er is meer aan de hand: Museveni is een bondgenoot van het Westen, en de rebellen worden gesteund door schurkenstaat Sudan. De internationale hulp die verstrekt wordt in de Noord-Ugandese vluchtelingenkampen, sust intussen het geweten van het Westen.

Matthew Green beschrijft in zijn boek de route en de hindernissen op weg naar Kony, laat voormalige kindsoldaten getuigen, en beschrijft de geschiedenis van het Acholi-volk, eerst het slachtoffer van de troepen van de president, nu verdreven naar kampen door hun eigen Joseph Kony, schepper van een van de wreedste vergeten oorlogen van de laatste decennia.

De tovenaar van de Nijl van Matthew Green - oorspronkelijke titel The Wizard of the Nile - verscheen bij Lebowski Publishers in 2010, vertaald uit het Engels door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap.
330 blz, isbn 9789048804559
foto auteur: Jacob Silberberg

6 juli 2010

Kisling & Verhuyck - De duim van Alva



Ze hadden haar wel horen schreeuwen, die nacht. Maar ze hadden te veel gedronken, en er was speling ontstaan tussen waarneming en gedachte. Bovendien waren er die nacht meer onheilspellende geluiden geweest, zwarte echo's opstijgend uit de straat. Een rauwe woordenwisseling, een sneuvelende ruit, bonkende muziek, gillende kinderen.


***


Na Het leugenverhaal en Kwelgeest is De duim van Alva het derde boek van het Vlaams-Nederlandse echtpaar Kisling & Verhuyck. De cover vermeldt het woord 'roman', ook al heeft het boek spannende trekjes, en werd het zelfs genomineerd voor de Hercule Poirotprijs voor beste Vlaamse thriller.

Antwerpen, Sinksenfoor (Pinksterenkermis voor de Nederlanders). Nogal wat buurtbewoners krijgen het op de heupen van de luide muziek en stijgende criminaliteit. Ze zouden maar wat graag de kermis zien verhuizen naar ergens buiten 't stad. Ze vinden een objectieve bondgenoot in Sylvie, die ervan overtuigd is dat nog veel negatieve energie is opgeslagen in de ondergrond. Op dezelfde plaats waar nu de kermis plaatsvindt, bevond zich namelijk de burcht van de hertog van Alva, die Antwerpen in de zestiende eeuw moest zuiveren van ketterij. Cornelius Reyziger, een Nederlandse journalist die in de buurt woont, geraakt geïntrigeerd door de geschiedenis van de plek.

Sfeer is er voldoende in De duim van Alva, met dank aan de kermis, compleet met rariteitenkabinet, spiegelpaleis en horrortheater. Ook een stevig stukje geschiedenis, over Alva, zijn burcht en zijn standbeelden. Maar daarnaast gaan Kisling & Verhuyck ook nog eens de spirituele toer op, met slechte vibraties die opstijgen uit de ondergrond. Het klinkt bij momenten nogal helderzienerig. Geen probleem voor velen, maar voor de iets aardser medemens misschien toch een tikkeltje té.

De duim van Alva van Kisling & Verhuyck verscheen bij De Arbeiderspers in 2010.
239 blz, isbn 9789029573016

5 juli 2010

Andrea Camilleri - Sporen in het zand



'Paarden worden verbrand,' zei Catarella met een benepen stemmetje. De commissaris had niet gezegd dat hij binnen mocht komen, dus was hij met de post in zijn hand buiten blijven staan.
Montalbano, Fazio en Galluzzo keken hem geïrriteerd aan.
'Wat zei je?' vroeg Montalbano.
'Ik?! Niks,' zei Catarella, bang dat hij zijn mond had moeten houden.
'Ik hoorde het toch zelf?! Wat zei je daar over paarden?'
'Dat ze verbrand worden, chef.'
'Hoezo, verbrand?'
Catarella keek onzeker.
'Hoezo ze verbrand worden als ze verbrand worden weet ik niet, chef.'


***


De toptien-verkooplijstjes haalt hij zelden of nooit, maar toch heeft Andrea Camilleri nu al vierentwintig van zijn boeken vertaald zien worden naar het Nederlands. Er zijn er niet zo gek veel die het hem nadoen. Dat succes heeft hij in grote mate te danken aan zijn commissaris Montalbano, een nukkige maar spitsvondige bon-vivant uit Zuid-Sicilië. Het zijn luchtige boeken, met een uitgesproken zuiders sfeertje, maar toch, bijna onopgemerkt, met een tikkeltje meer. Elke keer weer is er een snuifje kritiek op de Italiaanse overheid of de schijnbaar niet te overwinnen maffia. Sporen in het zand, waarin Montalbano een dood paard vindt op het strand achter zijn huis, vormt daar geen uitzondering op. De speurder wordt al een dagje ouder, maar dat belet geenszins een paar amoureuze escapades. Het verhaal is iets moeilijker te volgen dan anders, maar Sporen in het zand is niettemin aanbevolen leesvoer bij heet zomerweer.


Lees meer over Camilleri bij Italibro.

Sporen in het zand van Andrea Camilleri - oorspronkelijke titel La pista di sabbia - verscheen bij Prometheus in 2010, vertaald uit het Italiaans door Liesbeth Dillo.
223 blz, isbn 9789044613339

4 juli 2010

Daniel Silva - De Moskou regels



'Drie dagen geleden werd er naar onze ambassade in Rome gebeld. Door een man die zich Boris Ostrovsky noemde, hoofdredacteur van de Gazeta. Hij zei dat hij een belangrijk bericht had inzake een ernstige bedreiging voor de veiligheid van het Westen en van Israël. Hij wilde een ontmoeting met iemand van de Israëlische geheime dienst om de aard van de bedreiging toe te lichten.'


**


Gabriel Allon, Israëlisch geheim agent, kreeg van uitgeverij De Vliegende Hollander een tweede kans na De perfecte moordenaar (Mynx, 2001). De Moskou regels is deel acht uit de reeks, en het beste is er toch al af. Misschien komt dat omdat Allon er na vorige avonturen de brui aan gaf en in een afgelegen Italiaans landhuis schilderijen restaureert. Maar de Israëli's krijgen een tip binnen over een wapendeal, en alleen Allon is goed genoeg om de informatie te aanhoren. Helaas is de tipgever dood nog voor hij de kans krijgt iets te onhullen. Allon bijt zich vast in het spoor.

Als je spelers als Al Qaeda, het kruim van de Israëlische en Westerse geheime diensten én een Russische oligarch bijeenzet, dan verwacht je toch een beetje spektakel. Helaas blijft dat te lang achterwege. Het duurt een eeuwigheid voor een ontmoeting met de bron van de informatie is vastgelegd. Je krijgt ondertussen natuurlijk een blik achter de schermen van de Westerse spooks, maar niets dat je niet al eerder zag. De Moskou regels heeft noch de kracht van een Le Carré, noch het vuurwerk van een James Bond. Een beetje saai, eigenlijk.

De Moskou regels van Daniel Silva - oorspronkelijke titel Moscow Rules - verscheen bij De Vliegende Hollander in 2010, vertaald uit het Engels door Anne Jongeling.
383 blz, isbn 9789049500634