Pagina's

26 augustus 2010

Ippolito Nievo - Belijdenissen van een Italiaan


Nu, in het jaar 1858 van de christelijke jaartelling, ben ik een oude man van over de tachtig, en toch nog jong van hart, misschien wel meer dan ik ooit in mijn harde jeugd en moeizame mannelijkheid geweest ben. Ik heb veel meegemaakt en veel geleden. Toch heb ik ook nooit gebrek gehad aan momenten van troost, die meestal niet herkend worden in tijden van tegenspoed, welke altijd de overhand lijken te hebben over de menselijke mateloosheid en zwakheid. Maar wanneer ze dan later, in hun ware gedaante van onoverwinnelijke talismannen tegen ieder kwaad, in de herinnering terugkeren, brengen ze hoop, rust en vrede in de ziel.

****

'Ik ben geboren als Venetiaan op 18 oktober van het jaar 1775 (...) en ik zal door Gods genade sterven als Italiaan (...)' Aan het woord is Carlino, aan het einde van zijn met liefde, strijd en tegenslagen gevulde leven. Hij groeit op in het kasteel van de graaf van Fratta, in het Venetiaanse achterland. Hij is een neefje van de gravin, maar veel voordelen levert hem dat niet op. Hij mag in de keuken aan het spit draaien, en verder zijn eigen weg zoeken. Al sinds zijn jongensjaren koestert hij een sterke genegenheid voor zijn nichtje Pisana, een genegenheid die tot liefde zal uitgroeien.

Het feodale systeem loopt intussen op zijn laatste benen. In Parijs luidt de revolutie van 1789 andere tijden in. De onrust slaat over naar Italië, dat enkele jaren later ook nog de troepen van Napoleon over zich heen krijgt. Carlino maakt voor een stukje mee geschiedenis, eerst via openbare functies in Venetië, later als aanvoerder in het leger. Tussendoor beleeft hij een stormachtige relatie met een wispelturige Pisana, en doet hij ook de liefdesperikelen van vrienden en familie uit de doeken.

Ippolito Nievo, zoon van een Venetiaanse advocaat, stierf op dertigjarige leeftijd in een schipbreuk op de Tyrreense zee. Zijn belangrijkste erfenis, naast zijn strijd voor een eengemaakt Italië, is deze Belijdenissen van een Italiaan. Het boek was nog niet helemaal af toen hij stierf, maar je moet al heel goed opletten wil je er de fouten uithalen die er naar verluidt nog in te vinden zijn. Belijdenissen van een Italiaan vertelt over een van de belangrijkste passages uit de Italiaanse geschiedenis, verweven met het leven van een man die in zijn strijd voor de eenmaking er ook de tegenslagen moet bijnemen. Lijvig boek, af en toe zeer uitvoerig, maar zeker de moeite waard.

Belijdenissen van een Italiaan van Ippolito Nievo - oorspronkelijke titel Le Confessioni d'un Italiano - verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep in 2010, vertaald uit het Italiaans door Jan van Geldrop.
1039 blz, isbn 9789025367763

7 augustus 2010

Nii Ayikwei Parkes - De blauwe vogel


We hebben niets te klagen. Ons dorp laat niets te wensen over. We wonen dicht bij het dorp van onze hoofdman en we kunnen elke kwestie aan hem voorleggen. Maar we zijn maar met twaalf gezinnen, dus problemen hebben we eigenlijk niet. Afgezien van Kofi Atta dan. Hij is familie van me, maar al voordat ik het wikkelkleed leerde omslaan zei mijn moeder tegen me dat hij ons veel last zou bezorgen. Dat herinner ik me nog goed: mijn vader was de vorige avond thuisgekomen met otwe - antilope - en zij stond abenkwam te koken.
Yaw Poku, zei ze, wanneer je met je neefje speelt kijk dan uit ooh.
Yo.

****

Afrika is lang onontgonnen terrein gebleven als het op misdaadromans aankomt. Le Carré durfde er wel eens te verdwalen, en de Schot Alexander McCall Smith liet zijn Mma Ramotswe los op de Westerse wereld, maar verder bleef het continent schijnbaar vredevol. Daar komt nu verandering in dankzij Nii Ayikwei Parkes, een naar Groot-Brittannië uitgeweken Ghanees. De blauwe vogel is een misdaadroman, maar ook door en door Afrikaans.

Het verhaal speelt zich af in een dorp waar het moderne leven nog nauwelijks is doorgedrongen. In de hut van Kofi Atta stuit een stadsvrouw op een stuk menselijk weefsel. Toevallig is zij de vriendin van een minister, zodat de zaak in één klap van groot belang wordt. Daarom wordt er ook een deskundige bijgehaald: Kayo Odamtten, die in Groot-Brittannië is afgestudeerd als forensisch deskundige. Hij wordt heen en weer geslingerd tussen twee werelden: het jachtige van de hoofdstad en de rust van het platteland, dat zijn eigen manieren heeft om misgelopen zaken aan te pakken.

Die tweespalt  komt zeer sterk naar voor in De blauwe vogel. Enerzijds voelt Kayo de druk van zijn bazen in Accra, die zelf meer bezig zijn met carrière dan met gerechtigheid, en die resultaten willen zien, liefst in internationale sferen. Aan de andere kant is er dat kleine dorp, waar het centrale gezag een parallel systeem is naast de eigen rangorde. Kayo krijgt een wazige voorstelling te horen van wat echt gebeurd is, verpakt in de verhalen van de dorpsoudsten in het plaatselijke café. Het zijn die verhalen en het mystieke sfeertje die De blauwe vogel het lezen waard maken.

De blauwe vogel van Nii Ayikwei Parkes - oorspronkelijke titel Tail of the Blue Bird - verscheen bij Q in 2010, vertaald uit het Engels door Ronald Cohen.
 237 blz, isbn 9789021438467