Pagina's

30 januari 2011

Perihan Magden - Twee meisjes


'Mijn Blauwschatje,' zegt Handan en springt op haar schoot. 'Mijn konijntje, wees niet verdrietig. Goed, ik bel Ome Cevdet wel. Maar dan vraag ik het werkelijke bedrag, niet meer. Kom, kleed je aan dan gaan we naar de Ulusmarkt. We kopen wat nieuwe kleertjes voor jou, daar vrolijk je van op. En ik eet wat van die dolma's bereid met olijfolie. Ik heb weer honger gekregen. Hebben we helemaal niets meer in de voorraadpot zitten? Geld voor de taxi en de dolma's? Laat ik eens kijken of er iets over is, geld dat het blauwkonijntje niet heeft opgemaakt.'

**

Een liefdesgeschiedenis als ondertitel is me al eerder zuur opgebroken, bedacht ik me toen het te laat was. Ik was op dat moment al tweehonderd pagina's ver in Twee meisjes van Perihan Magden. Het is vooral aap Isabelle uit Moord op de boodschappenjongens die me zover kreeg.

Twee meisjes gaat over twee meisjes (ha!) van een jaar of zestien in grootstad Istanbul. Het ene meisje, Behiye, een ietwat suïcidale kortgehaarde puber met gothic-neigingen, komt via een vriendin in contact met Handan, een barbiepopje met dienovereenkomstige aandacht van stoere en rijke jongens. Behiye bloeit open onder de aandacht van haar babypoezenmeisje Handan, blaast het contact met haar sullige vader, jammerende moeder en gewelddadige broer op, en trekt in bij Handan. Dat is niet volledig naar de zin van Leman, Handans moeder-op-de-dool, die ze aanspreekt als mijn Blauwschatje. Tussendoor wordt jongens de keel overgesneden, maar dat deel van het verhaal houdt niet zo veel in.

Het verhaal is niet onaardig. Er is een mooie climax in verweven. Het laat nog wat aan de verbeelding over, vooral als het over de moorden gaat. Maar aan de andere kant: als iemand ook nog maar één keer het woord babypoezenmeisje laat vallen, dan sta ik niet in voor de gevolgen. Volwassen praat hoef je van een verliefde tiener niet te verwachten, maar er is een grens aan de hoeveelheid geneuzel die je aan papier kan en mag toevertrouwen.

Twee meisjes van Perihan Magden - oorspronkelijke titel Iki Genç Kizin Romani - verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep in december 2010, vertaald uit het Turks door Hamide Dogan.
303 blz, isbn 9789025368173

23 januari 2011

Julián Sánchez - De antiquair


'Waarom?' mompelde hij met een dun stemmetje. 'Waarom in hemelsnaam?'
De schaduw hief de presse-papier voor de derde keer en deze keer trof het stuk marmer Artur wel vol in het gezicht. De enorme kracht wierp hem tegen de balustrade, die onder de druk van het lichaam van de oude man bezweek. Met veel lawaai viel hij naar beneden en kwam terecht op het marmeren altaar dat afkomstig was uit een oude verlaten kerk en het zenuwcentrum van Arturs winkel vormde. De bezoeker boog zich voorzichtig voorover: daar beneden, in de donkere winkel, lag het lichaam bewegingloos over het altaar. De opnieuw ingetreden stilte werd verbroken door de triomfantelijke stem van de schaduw.
'Omdat dat wat jij hebt gevonden, mij toebehoort,' was het antwoord aan een man die dat al niet meer kon horen.

**

De Da Vinci code en de bijhorende hype zijn al jaren vergeten, en bovendien achterhaald door de trilogie-rage en andere modeverschijnselen, en toch blijven er af en toe nog klonen opduiken. Doorslagjes, als je wil. Helaas is het nog iets te vroeg voor een revival.

De antiquair van de Spaanse basketbalscheidsrechter Julián Sánchez heeft zo zijn verdiensten (vlotte lectuur, een romantische noot, een groot mysterie), maar grijpt toch vooral terug naar de reeds gekende (lees uitgemolken) ingrediënten. Een eeuwenoud Manuscript leidt naar een verborgen Steen. Het Manuscript duikt op bij een antiquair in Barcelona. Net nadat die zijn adoptiezoon op de hoogte heeft kunnen brengen van het bestaan ervan, wordt hij vermoord in zijn eigen winkel. De adoptiezoon voelt zich geroepen het Mysterie te ontrafelen, bijgestaan door zijn ex, een nieuwe Grote Liefde en een expert in oude talen.

De plot is zo weinig verrassend dat je je de vraag stelt waarom zoonlief en co nog de moeite doen. De er in alle gauwte bijgesleurde kabbala-mystiek weet nog net de meubelen te redden in een nog voor verschijnen ietwat gedateerd verhaal. Enkel voor wie de Da Vinci-rage nog altijd niet verteerd heeft.

De antiquair van Julián Sánchez - oorspronkelijke titel El anticuario - verscheen bij Q in januari 2011, vertaald uit het Spaans door Margriet Muris en Marga Greuter. 
512 blz, isbn 9789021438931

16 januari 2011

Stephen Carter - De keizer van Ocean Park


'De regelingen, Talcott,' onderbreekt hij me met die piepende fluisterstem. 'Ik moet alles weten over de regelingen.'
'De regelingen,' herhaal ik wezenloos, me ervan bewust dat mijn zus niet zo gek is als ik had gehoopt, en dat mijn broer, die aanvoelt dat er iets aan de hand is maar niet precies weet wat, een halve stap dichterbij is gekomen, als een beschermer of een alerte ouder - wat meestal op hetzelfde neerkomt.
'Ja, de regelingen.' De hete, vrolijke waanzin op zijn gezicht schroeit het mijne. 'Welke regelingen heeft je vader getroffen in het geval dat hij zou komen te overlijden?'

***

Na het overweldigende De paleisraad, veruit het beste boek van 2009, kon ouder werk van hoogleraar Stephen L. Carter natuurlijk niet eeuwig ongelezen blijven. En hoe beter te starten dan met De keizer van Ocean Park, Carters fictiedebuut uit 2002? Beide boeken hebben wel wat gemeen, zowel naar vorm (De keizer nog iets dikker dan De paleisraad) als naar inhoud. Carter focust telkens op een zwarte familie in de hogere middenklasse, waar de blanken nog altijd oververtegenwoordigd zijn. En ook de politiek is nooit veraf.

In De keizer van Ocean Park tracht hoogleraar Talcott Garland de mysterieuze kantjes aan de dood van zijn vader Oliver op te helderen, deels gedreven door de complottheorieën van zijn zus, maar vooral omdat iedereen hem blijft vragen naar de regelingen die zijn vader getroffen zou hebben. De eerste die dat doet is Jack Ziegler, ooit de beste vriend van Oliver, maar later de oorzaak van het mislukken van diens benoeming tot rechter in het Supreme Court. Talcott kan de zaak niet laten rusten, ook al weet hij dat zijn obsessieve zoektocht de kandidatuur van zijn vrouw om op haar beurt rechter te worden, geen goed doet.

Het politieke gekonkel, niet in de laatste plaats binnen de juridische faculteit waar Talcott doceert, levert boeiend materiaal op, net als die eeuwige scheidslijn tussen de donkerder natie en de blankere natie. Tussendoor vergeet Carter niet wat spanning in te bouwen en komt de waarheid stap voor stap aan het licht. Niet zo indringend als De paleisraad, en het kon iets korter, maar niettemin boeiende lectuur.

De keizer van Ocean Park van Stephen Carter - oorspronkelijke titel The Emperor of Ocean Park - verscheen bij De Bezige Bij in 2002, vertaald uit het Amerikaans door Inge de Heer en Johannes Jonkers.
734 blz, isbn 9023401050

2 januari 2011

Jo Nesbø - Het pantserhart


Vader ging verder. Over Søs en Harry, over hoe makkelijk en vrolijk Søs altijd was. En hoe wilskrachtig Harry. Dat hij bang was geweest voor het donker, maar het tegen niemand wilde zeggen, en dat moeder en hij aan de slaapkamerdeur stonden te luisteren hoe hij afwisselend huilde en de onzichtbare monsters vervloekte. Maar ze wisten dat ze niet naar binnen konden gaan om hem te troosten en te kalmeren, dan zou hij razend worden en roepen dat ze alles kapotmaakten, dat ze weg moesten gaan.
'Jij zult altijd op eigen houtje blijven vechten tegen de monsters, Harry.' 

****

De man met de negen levens is terug. Een collega spoort hem op in Hong Kong om het onderzoek te komen leiden tegen de moordenaar van twee vrouwen die stikten in hun eigen bloed. Op de achtergrond speelt een machtsstrijd tussen de afdeling Geweld van de Oslose politie en de nationale recherche. Het aantal keren dat Harry Hole de dood in ogen ziet is niet meer te tellen. Hetzelfde geldt voor het aantal plotwendingen. Een als immer zelfdestructieve Hole zorgt voor vuurwerk in een van bloed, zweet en tranen doordrenkte achtste thriller rond zijn persoon.

Het pantserhart van Jo Nesbø - oorspronkelijke titel Panserhjerte - verscheen bij Cargo in 2010, vertaald uit het Noors door Annelies de Vroom.
607 blz, isbn 9789023463207