Pagina's

12 februari 2012

Helle Vincentz - De Afrikaanse maagd



Ze begreep uitstekend dat het onredelijk was dat mensen die generaties lang op een plek hadden gewoond en van de aarde hadden geleefd ineens gedwongen werden een nieuw leven te beginnen, omdat de regering had besloten een buitenlands bedrijf in de aarde onder hun voeten te laten graven. Aan de andere kant kon je de ontwikkeling van een heel land of de internationale behoefte aan ruwe grondstoffen niet tegenhouden, alleen omdat een enkele stam vooruitgang vreesde.

***

De jonge Deense Caroline Kayser wordt naar Kenia gestuurd om er de aantijgingen van een vrouw te onderzoeken. Die stuurde een brief naar Dana Oil om te klagen over verkrachtingen van jonge meisjes en andere wantoestanden die haar dorp teisteren sinds het oliebedrijf er actief is. Caroline moet eigenlijk alleen maar de plaatselijke bevolking (en de aandeelhouders) geruststellen, maar komt terecht in een regelrechte thriller: de briefschrijfster is vermoord en corruptie is een dagelijkse realiteit.

De Afrikaanse maagd is een gedegen thriller, vol vaart en spanning, die bovendien de juiste vragen stelt over de drang naar alsmaar meer olie - ook als dat tegen de wil van de streekbewoners ingaat. Daar tegenover staat dat Vincentz iets te gretig allerlei clichés bevestigt over de harde zakenwereld. Deel twee en drie van de aangekondigde trilogie brengen misschien wat meer nuance.

De Afrikaanse maagd van Helle Vincentz - oorspronkelijke titel Den afrikanske jomfru - verscheen bij Prometheus in 2011, vertaald uit het Deens door Lammie Post-Oostenbrink.
352 blz, isbn 9789044619140

5 februari 2012

Joris Tulkens - Johanna de waanzinnige



De dienaren scharen zich eerbiedig aan de kant wanneer ze door de gangen voorbijkomt, voor de zoveelste keer op weg naar de erker die uitzicht geeft op de weg naar Saragossa. Achter haar rug wordt de naam van haar grootmoeder gefluisterd, Isabel van Portugal, die eveneens door liefdesverdriet in een ongeneeslijke ziekte verviel. Wisselende gemoedstoestanden, zwaarmoedige buien en driftige uitbarstingen waren toen ook de eerste symptomen.

****

Het derde kind is ze, van Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon. Haar oudere zus en broer sterven vroeg, en dus erft Johanna, die later de geschiedenis zal ingaan als 'de waanzinnige', de heerschappij over een groot deel van Spanje. Intussen is ze bovendien uitgehuwelijkt aan Filips de Schone, hertog van Bourgondië en zoon van Maximiliaan van Oostenrijk. Johanna - en vooral haar kinderen - kunnen dus aanspraak maken op de heerschappij over half Europa. In het begin van de zestiende eeuw gaat dat echter niet zonder slag of stoot. De buren liggen steeds op de loer, de Spaanse edelen willen ook hun zegje doen, en zelfs binnen de familie wordt er gekonkeld tegen de sterren op. Je zou van minder waanzinnig worden.

Tulkens wisselt hoofdstukken die aandoen als historische non-fictie af met het levensverhaal van Johanna. Hij schetst een genuanceerd beeld: bij momenten neemt de zogenaamd waanzinnige zeer rationele beslissingen. Was de waanzin slechts een verhaaltje dat werd opgehangen om Johanna op een zijspoor te zetten? Of dreven de offers die ze als heerseres moest brengen, haar dan toch tot waanzin? De waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Een boeiende geschiedenis is het alleszins.

Johanna de waanzinnige van Joris Tulkens verscheen bij Davidsfonds in 2011.
376 blz, isbn 9789063066253

31 januari 2012

Jens Lapidus - Val dood



Bij zijn voeten lag zijn sporttas. In de tas: een gun. Walther PPK. Het oude politiewapen. Plus vier volle magazijnen. Brandend in zijn hoofd: stel dat er iets zou gebeuren. Tegelijkertijd: er kon niets gebeuren. Hij zat immers alleen maar te surfen - zo relaxed als het maar zijn kon. Kappen met de paranoia nu, J-boy.

****

Ofwel heb je Snel geld en Bloedlink nog niet gelezen, en dan doe je dat beter eerst, ofwel heb je al tot twee keer toe vierhonderd pagina's van Lapidus' staccato gangsta-taaltje doorstaan, en dan kan je jezelf allicht fan noemen. Voor die tweede categorie is er de geruststelling dat Val dood niet zal teleurstellen. Integendeel zelfs.

Na Snel geld waren we benieuwd hoe het verder zou gaan met JW, de student die zich met drugsgeld een plaatsje tussen de jetset trachtte te veroveren, maar in de gevangenis terechtkwam. In plaats daarvan focuste Bloedlink op de Joegoslavische maffiabaas Radovan. Maar zie, nog een boek later is JW terug, naast diezelfde Radovan, die de fakkel doorgeeft aan zijn dochter Natalie. Maar er is tegenwerking op komst. Inspecteur Martin Hägerström laat zich overtuigen undercover te gaan om het hele netwerk rond JW bloot te leggen.

Dat netwerk is nog steeds uitgebreid: het is een kluwen van drugshandel, afpersing, bankovervallen, belastingontduiking, corruptie en geheime politieoperaties. Lapidus springt van crimineel naar crimineel, van bruut geweld naar financieel gesjoemel, en houdt je aandacht heel de rit door vast. Mooie afsluiter van de Stockholm-trilogie.

Val dood van Jens Lapidus - oorspronkelijke titel Livet deluxe - verscheen bij AW Bruna in 2011, vertaald uit het Zweeds door Jasper Popma.
431 blz, isbn 9789022994566

29 januari 2012

Edney Silvestre - Als ik mijn ogen sluit



Wat als in Brazilië, zo dacht hij, in dit nieuwe Brazilië, waarin industrieën, wegen en banen uit de grond schieten, wat als in dit nieuwe Brazilië, ook al is dat een democratie, zoals de leraren zeggen, waar wij, het volk, vrije verkiezingen hebben en beslissen wie ons moet regeren, wat als er in dit Brazilië machten bestaan, krachten waarvan hij niet wist wie of wat het waren, en al evenmin kon aanwijzen waar ze zaten, wat als die bestonden, die krachten, die machten, die over zijn lot konden beslissen zonder dat hij daar iets tegen kon doen?

***

Toen ik klein was, eind jaren '80, keek heel ons gezin elke zondag in de vooravond naar een feuilleton op BRT1. Het droeg de exotische naam Sinhá Moça en speelde zich af rond 1886 op een Braziliaanse plantage. Ik herinner me vooral de zweepslagen op de rug van een slaaf (en een zekere Justo met uitpuilende ogen en getuite lippen, die we jaren later nog imiteerden). Honderdvijfentwintig jaar later is Brazilië een economische grootmacht in volle ontwikkeling. Als ik mijn ogen sluit valt daar chronologisch ergens tussenin. In 1961 herstelt de democratie zich langzaam van de militaire dictatuur - maar niet voor lang, zoals later zal blijken - en ook de geest van de almachtige koffiebaronnen spookt nog rond. Het kan geen kwaad eerst het nawoord te lezen: het zal veel verduidelijken over de geschiedenis van het land, kennis die tijdens het lezen nog van pas zal komen.

In een klein stadje, gerund door een burgemeester uit een roemrijk geslacht, wordt de jonge vrouw van de tandarts vermoord aangetroffen. De twee twaalfjarige jongens die haar lijk ontdekken zijn gefascineerd door het voorval en geloven niet dat haar al wat oudere man de vrouw heeft vermoord. Ze besluiten zelf de ware toedracht te onthullen, en krijgen hulp van een oude man, die toch maar zijn tijd zit te verdoen met schaken in het bejaardentehuis. Maar het blijkt niet zo eenvoudig als gedacht: er zijn machten in het spel die het zaakje liever toegedekt houden.

Als ik mijn ogen sluit lijkt een klassieke detectiveroman, zij het met bijzondere speurders, maar krijgt gaandeweg een indringende toets wanneer blijkt hoe moeilijk de Braziliaanse maatschappij de oude gewoontes kan loslaten. Een schokkend verhaal, maar voor de Brazilië-onkundige misschien niet helemaal te doorgronden.

Als ik mijn ogen sluit van Edney Silvestre - oorspronkelijke titel Se eu fechar os olhos agora - verscheen bij De Arbeiderspers in januari 2012, vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens.
256 blz, isbn 9789029583435

22 januari 2012

Cesare Pavese en Bianca Garufi - Het grote vuur



'Je bent bang dat ik je ontvlucht,' zei ze. 'Laat me ademhalen, ik ontvlucht je niet.'
En ze glimlachte me toe.
'Wat heb je? Je bent net een klein kind.'
Ik had haar kunnen bezitten, ik had haar vaarwel kunnen zeggen. Maar wat had het uitgemaakt? Zou het iets aan onze relatie hebben veranderd? Ik keek haar niet aan; met mijn wang op het kussen voelde ik haar ademen, en ik sloot mijn ogen.

*****

Het grote vuur is om meerdere redenen uniek te noemen. Het is het laatste boek van Cesare Pavese, een van de grootste Italiaanse schrijvers van de twintigste eeuw, postuum uitgebracht in 1959, negen jaar na het absolute hoogte- én dieptepunt. 1950 levert Pavese de ultieme erkenning op in de vorm van de Premio Strega, maar luttele maanden later pleegt hij zelfmoord in een hotelkamer in Turijn. Die bewuste dag belde hij drie of vier vrouwen. Geen enkele wilde of kon hem ontmoeten.

Een van de vrouwen in zijn leven was Bianca Garufi, een Siciliaanse die net als hijzelf bij uitgeverij Einaudi werkte. Ze groeit uit tot zijn muze, en de twee beginnen een gezamenlijk project. Het grote vuur is geboren, meteen ook het enige boek dat Pavese samen met een andere auteur schrijft. De twee schrijven om beurt een hoofdstuk, ook nadat Garufi uit Rome is vertrokken. En dan, opeens, houdt het op. Het manuscript wordt vergeten, totdat Italo Calvino het ontdekt in de archieven van Einaudi. Hij besluit meteen het te publiceren.

Het verhaal op zich, waarin Silvia en Giovanni tot elkaar aangetrokken zijn, maar geen normale relatie kunnen beginnen - geleidelijk wordt duidelijk waarom - is op zich al een sterk drama. Het leven en einde van Pavese, een opeenvolging van mislukte amoureuze avonturen, geven er nog een extra dimensie aan. Het open einde maakt dat Het grote vuur nog een tijdje blijft doorspoken. Godzijdank zijn er fijnproeversuitgeverijen als Karaat die pareltjes als deze, de laatste onvertaalde Pavese, nog een kans willen geven.

Het grote vuur van Cesare Pavese en Bianca Garufi - oorspronkelijke titel Fuoco grande - verscheen bij Karaat in januari 2012, vertaald uit het Italiaans door Evalien Rauws en Luc de Rooy, met een afsluitend essay van Alejandro Zambra.
141 blz, isbn 9789079770069