30 juli 2015

Arnaldur Indriðason - Erfschuld



In het eerste knipsel werd bericht dat er achter de schouwburg een jong meisje vermoord was aangetroffen. Naar men aannam was ze gewurgd. Na de daad zou het lichaam naar de achteringang van het gebouw zijn verplaatst. De rechercheur die de zaak onderzocht, Flóvent, verklaarde dat hier sprake was van een zwaar misdrijf, weloverwogen en met voorbedachten rade gepleegd.

***

Arnaldur Indriðason is het boegbeeld van wat je slow literature zou kunnen noemen. Ik kan me niet inbeelden dat er thrillers bestaan waarin nog minder gebeurt. En toch verveelt Indriðason zelden of nooit. Vaak spelen zijn misdaadromans zich af op twee fronten tegelijk. In Erfschuld wordt een oude man dood aangetroffen in zijn appartement in Reykjavik. Op zijn bureau liggen krantenknipsels over een oude moordzaak uit de Tweede Wereldoorlog. Wanneer blijkt dat de man vermoord werd, wordt oud-politieman Konrað (Erlendur is er deze keer niet bij) nieuwsgierig. Wat heeft de dood van een meisje achter het Nationaal Theater te maken met de dood van de oude man?

Indriðason wisselt het onderzoek van Konrað af met dat van een IJslandse politieman en een Amerikaanse militair tijdens de oorlogsjaren. Een zeer boeiende periode waarin IJsland bezet wordt door de Britten, later gevolgd door de Amerikanen, en de onafhankelijkheid uitroept. Uiteindelijk wordt duidelijk hoe een zeventig jaar oude zaak nog een hedendaags staartje krijgt. Dat snelle actie niet altijd beter is, bewijst Indriðason boek na boek.

Erfschuld van Arnaldur Indriðason - oorspronkelijke titel Skuggasund - verscheen bij Q in 2015, vertaald uit het IJslands door Adriaan Faber.
271 blz, isbn 9789021457604

17 juli 2015

Roberto Costantini - Het kwaad vergeet niet



Ik weet niet of mijn moeder, toen ze op de rotsen viel, aan mij dacht. Ik hoop dat die plek vanwaar de doden naar ons kijken en alles van ons weten niet bestaat.Dan zal ze er nooit achter komen dat ik, toen iemand haar in de afgrond duwde, daar ver vandaan was, dat ik in bed lag met Marlene Hunt, haar grootste vijand.

****

Twee boeken had Roberto Costantini tot nu toe geschreven over commissaris Balistreri (Jij bent het kwaad en De wortels van het kwaad). In het tweede deel kwam hij al terug op een moord uit het eerste deel, om er een nieuwe twist aan te geven. Maar hij voegde er ook een nieuw verhaal aan toe, over de jonge Balistreri die opgroeide in Libië toen het land nog een Italiaanse kolonie was. Ook over die jaren - de jaren zestig - viel er veel te vertellen: een internationaal politiek complot werd gesmeed, Balistreri vormde een boevenclubje met zijn boezemvrienden, en zijn moeder stierf een verdachte dood. Het gaf toen allemaal een wat overladen en onafgewerkte indruk, maar nu blijkt waarom: Costantini spaarde de grote apotheose voor deel drie: Het kwaad vergeet niet.

Voor de nieuwe lezers (en ook wel voor het leesgemak van de oude lezers) herhaalt Costantini Balistreri's familiegeschiedenis. Dubbel werk, zou je denken, maar het geeft alle eerdere verhaallijnen een plaatsje in het geheel. Oude demonen én oude vrienden blijven Balistreri achtervolgen, hoezeer hij zich ook in zijn fin-de-carrière-bureau tracht op te sluiten. Eigenlijk zou je de hele reeks nog eens moeten lezen om te zien hoe al die lijnen samenkomen in deze thriller vol spanning, verraad en complottheorieën. Een indrukwekkende prestatie van Roberto Costantini.

Het kwaad vergeet niet van Roberto Costantini - oorspronkelijke titel Il male non dimentica - verscheen bij Wereldbibliotheek in 2015, vertaald uit het Italiaans door Miriam Bunnik en Mara Schepers.
367 blz, isbn 9789028426122

15 juli 2015

Bas Mesters - Italiaanse streken



Matteo Renzi blijkt uiteindelijk minder van de publieke dialoog dan Grillo. Hij vertrouwt meer op de ouderwetse achterkamertjes en op Twitter en televisie, (...) als druïde die zijn toverdrank vol oplossingen over de discipelen sprenkelt. Precies zoals Sua Emittenza - Zijne Zender(heilig)heid - Silvio Berlusconi altijd deed, al was zijn toverdrankje wel sterk aangelengd met loze beloften.

***

Al velen voelden zich geroepen om een boek vol te schrijven over de Italianen en hun eigenaardigheden. De Italianen zelf, om te beginnen, zoals Beppe Severgnini, of inwijkelingen, zoals de Brit Tim Parks. En ook Bas Mesters, jarenlang correspondent in Italië voor NRC Handelsblad en NOS, waagt er zich nu aan. Een dag wandelen in Rome brengt hem van uur tot uur naar nieuwe plaatsen en nieuwe verhalen. Echt verrassend zijn die niet altijd. Je kan nu eenmaal geen boek schrijven over het hedendaagse Italië zonder het te hebben over de babes op tv, de maffia en de macht van de Kerk. Maar er is ook veel actuele politiek: over de val van Berlusconi, de opkomst van de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo en de uitdagingen waar premier Renzi voor staat. Zijn oproep tot verandering doet het wel bij de Italianen, ook al schuwt hij tegelijk de achterkamertjespolitiek niet. Kan Renzi de vastgeroeste staat in beweging brengen? Of is dat helemaal niet de bedoeling? Alles moet veranderen opdat alles bij het oude blijft: Lampedusa schreef het al in De tijgerkat. Boeiende inzichten van Bas Mesters.

Italiaanse streken van Bas Mesters verscheen bij Prometheus - Bert Bakker in 2015.
270 blz, isbn 9789035140028

2 juni 2015

Valerio Massimo Manfredi - Mijn naam is niemand. De thuiskomst



... en de godin gaf mij inspiratie, daar ben ik zeker van: 'Je vraagt me naar mijn naam? Die zal ik je zeggen: mijn naam is Niemand. Iedereen noemt mij Niemand.'

***

Na een tien jaar lange belegering van Troje, die slechts dankzij een list ten einde is gekomen (zie deel 1 van Mijn naam is niemand), neemt Odysseus, de aanvoerder van de Griekse strijders, zich voor recht naar huis terug te varen. Helaas: de winden, Posseidon, een cycloop en nog een pak andere sirenes zijn hem niet gunstig gezind. Het duurt twintig jaar voor Odysseus weer voet aan wal zet op zijn eigen Ithaca. En ook daar wacht hem nog een strijd: de plaatselijke edelen dingen naar de hand van zijn vrouw Penelope terwijl ze zich tegoed doen aan zijn veestapel en wijnkelder.

Het verhaal komt wellicht bekend voor: het is de Odyssee van Homeros, het klassieke epos dat begint met de woorden "Bezing mij, o Muze, de vindingrijke man, die zeer veel rondzwierf, nadat hij de heilige stede van Troje verwoest had". Die letterlijke vertaling krijgen we hier niet te lezen, want de Italiaanse sterauteur/archeoloog Valerio Massimo Manfredi bewerkte de tekst tot iets dat de doorsnee moderne mens beter kan verwerken. In romanstijl dus, en niet in verzen. Tegelijk houdt hij vast aan de oorspronkelijke inhoud, compleet met smachtende beden tot beschermgodin Athene, diepe gewetenscrisissen en een tochtje tot net voorbij de poorten van de Hades. Het wapengekletter is dan weer minder prominent aanwezig dan in het eerste deel, De eed van Odysseus. Als kers op de taart breit Manfredi er nog een extra episode aan vast: Homeros voorspelde nog een tweede odyssee, deze keer over land. Maar dat gedicht is nooit teruggevonden. Het heeft Manfredi niet kunnen tegenhouden.

Je moet wat moeite doen om al die lange uitweidingen en uitgebreide omschrijvingen uit te zitten, maar dit is onmiskenbaar zowat de grootste klassieker uit de Westerse geschiedenis. En hé, gelijk welke opoffering is niets in vergelijking met wat Odysseus heeft moeten doorstaan.  

Mijn naam is niemand. De thuiskomst van Valerio Massimo Manfredi - oorspronkelijke titel Il mio nome è Nessuno. Il ritorno - verscheen bij Athenaeum-Polak & Van Gennep in 2014, vertaald uit het Italiaans door Jan van Geldrop.
376 blz, isbn 9789025304638

23 mei 2015

Georges Simenon - De burgemeester van Veurne



Hij was niet de burgemeester, iemand aan wie voor een meer of minder lange tijd het bestuur van de stad wordt toevertrouwd en aan wie gunsten worden gevraagd. Hij was de Baas!

*****

Simenon blijft zowat synoniem met commissaris Maigret - de legendarische pijp associeer je onbewust met allebei. Maar als de recente heruitgaven van De Bezige Bij, intussen al acht titels, iets leren dan is het dat Simenons psychologische romans nog veel straffer zijn dan de Maigrets. Die laatste zijn ook nog altijd lezenswaardig, maar daar spelen de historische curiositeiten ook een rol in. Zoals het leven van de binnenschippers in Het lijk bij de sluis, of de ober die 's avonds het zaagsel op de vloer van zijn café ververst. De romans daarentegen hebben iets tijdloos. Een oud-premier (of minister, of euro-commissaris) die nog graag zijn licht laat schijnen over de politiek, lang nadat hij zelf uit de gratie is geraakt: je hoeft niet ver te zoeken om er één te vinden. De Premier brengt het type tot leven.

Toegegeven, types zoals de burgemeester van Veurne uit de gelijknamige roman vind je nog zelden in de hedendaagse politiek. Of misschien toch, maar wat meer in het verborgene. Joris Terlinck is namelijk burgemeester omdat de mensen bang voor hem zijn. Hij toont geen empathie, luistert niet naar advies: '... zolang ik de stad Veurne bestuur, bestuur ik die zoals mij goeddunkt... Ik geloof niet in subsidies. Ik geloof niet in mensen die hulp behoeven...' Terlinck doet zijn plicht, ook tegenover zijn vrouw, maîtresses en gehandicapte dochter, maar hij laat niemand zich dicteren hoe die plicht eruit ziet.

Maar oppermacht blijft zelden duren en gaat uiteindelijk afbrokkelen. Soms quasi onmerkbaar, soms door een bijzondere situatie. In dit geval weigert Terlinck steun aan een jongeman die de dochter van zijn grote rivaal in de gemeentepolitiek heeft bezwangerd. De jongeman pleegt zelfmoord en zijn geliefde wordt verbannen naar Oostende. Van de hardvochtige, eigenwijze burgervader zou je niet anders verwachten, maar opeens gaat alles aan het wankelen, ook bij Terlinck thuis.

Het type politicus is misschien niet meer helemaal van deze tijd, maar kijk eens naar de neergang van pakweg Steve Stevaert: de verschillen zijn uiteindelijk niet zó groot. De burgemeester van Veurne is na De Premier een tweede magistrale roman met een politicus in de hoofdrol.

De burgemeester van Veurne van Georges Simenon - oorspronkelijke titel Le bourgmestre de Furnes - verscheen bij De Bezige Bij in 2015, vertaald uit het Frans door Rokus Hofstede.
269 blz, isbn 9789085426028