23 september 2006

Curzio Malaparte - Kaputt


Wat de Duitser tot wreedheid beweegt, tot daden die op de meest kille, methodische, wetenschappelijke manier wreed zijn, is angst. De angst voor de onderdrukten, de weerlozen, de zwakken, de zieken, de angst voor de bejaarden, de vrouwen, de kinderen, de angst voor de joden. En hoewel hij zijn best doet om die geheimzinnige "angst" te verbergen, moet hij er altijd weer over spreken, en altijd op de meest ongepaste momenten, vooral aan tafel: daar waar de Duitser zich blootgeeft, hetzij door de warmte van de wijn en het eten, hetzij door het zelfvertrouwen dat hij krijgt omdat hij zich niet alleen voelt, hetzij door de onbewuste behoefte om zichzelf te bewijzen dat hij niet bang is, waar hij zich laat gaan over honger, executies, bloedbaden, en wel met een ziekelijke voldoening die niet alleen rancune, jaloezie, ontgoochelde liefde en haat verraadt, maar ook een deerniswekkende, wonderbaarlijke zucht tot zelfvernedering. Het geheimzinnige hoogstaande van de onderdrukten, de zieken, de zwakken, de weerlozen, de bejaarden, de vrouwen en de kinderen merkt en voelt de Duitser, misschien meer dan enig ander Europees volk benijdt en vreest hij die. En hij neemt er wraak op. Er schuilt iets van felbegeerde geslagenheid in de arrogantie en bruutheid van de Duitser, een diepgaande behoefte om zichzelf naar beneden te halen in zijn nietsontziende wreedheid, een zucht tot zelfvernedering in zijn geheimzinnige "angst".


****

Curzio Malaparte was van op de eerste rij getuige van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. In Kaputt vertelt hij de gesprekken na die gevoerd werden tussen de diplomaten. In Polen, bijvoorbeeld, dineerde hij met nazi-politicus Hans Frank ("U moet toegeven dat de Polen niet dat religieuze gevoel voor kunst bezitten dat het voorrecht van de Duitsers is"). Soms levert dat, gezien de omstandigheden, ondraaglijk licht gebabbel op. Vooral als even later een bezoek aan het getto volgt: "Uit de huizen hoorde ik soms een zwak gezang opklinken, een monotone jammerklacht die meteen werd onderbroken zodra ik op de drempel verscheen: een onbestemde geur van viezigheid, natte kleding, dood vlees hing in de grauwe kamers, waar armzalige groepen bejaarden, vrouwen, kinderen op elkaar leefden als gevangenen in een cel, de een zittend op de grond, de ander staand tegen de muur, een derde liggend op een hoopje stro en papier. De zieken, de stervenden, de doden lagen op de bedden." En zo wisselt Malaparte de licht verteerbare conversatie af met schrijnende beelden, zoals de beschrijving van de eerste grote jodenmoord in Roemeniƫ: "Waar de slachting het grootst was, gleden je voeten uit over het bloed: overal vulde de vrolijke, wrede drukte van de pogrom de straten en de huizen met geknal, gehuil, ijselijk gebrul en wreed gelach." Toch wordt de toon niet overdreven zwaar: daarvoor zit er voldoende afwisseling in het boek, met zelfs hier en daar wat humor. Malaparte schetst een beklemmend beeld van de puinhoop die Europa was tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Meer over Curzio Malaparte via Italibro.

Kaputt van Curzio Malaparte - oorspronkelijke titel Kaputt - verscheen bij De Arbeiderspers in 2005, vertaald uit het Italiaans door Jan van der Haar.
isbn 9029538287

Geen opmerkingen: