26 mei 2007

Jonathan Coe - Het moordende testament

Het begon iets van een ontdekkingsreis te krijgen, een vasthoudende, onverschrokken expeditie naar de donkerste uithoeken en geheimste schuilplaatsen van de familiegeschiedenis. Hetgeen inhield, zoals ik al vlug en maar al te goed besefte, dat ik nooit zou kunnen uitrusten, dat de reis voor mij pas ten einde zou zijn als ik op één essentiële vraag het antwoord had ontsluierd: was Tabitha Winshaw echt gek, of zat er een grond van waarheid in wat ze geloofde: dat Lawrence op een sluwe en duistere manier verantwoordelijk was geweest voor de dood van zijn broer?
****

Het venijn zit soms in het staartje. Je zit je af te vragen waarom Het moordende testament in hemelsnaam een thriller genoemd wordt, en plots breit Coe een zinderende finale aan een toch al uitmuntend boek.

De jonge schrijver Michael Owen wordt gevraagd de familiekroniek van de Winshaws te schrijven. Alleen de gekke tante Tabitha is daar eigenlijk voorstander van; haar neven en nichten zien Michael liever komen dan gaan. Het is een rijke, egoïstische, soms zelfs meedogenloze familie. Hillary, bijvoorbeeld, schrijft stukjes in de krant om mensen en ideeën af te breken, terwijl ze zelf geen woord gelooft van wat ze schrijft. Haar neef Mark levert wapens aan Bagdad - we zijn amper een jaar van de eerste golfoorlog verwijderd. Dorothy is de eerste 'boerin' in Engeland die de massaproductie invoert. Coe behandelt elk van de neven en nichten in een afzonderlijk hoofdstuk, afgewisseld met stukken van Michaels leven. Telkens komen er kleine onthullingen, waardoor het leven van Michael steeds meer verstrengeld geraakt met dat van de Winshaws.

De Winshaws staan symbool voor de Britse politiek van de jaren '80. Premier Thatcher voerde een ijzeren politiek van massale afdankingen, afslanken van de gezondheidszorg en ongeziene privatiseringen. De rijke, machtige Winshaws vergroten hun fortuin. Aan de andere kant staan Michael en zijn vriendin Fiona, of de schilderes Phoebe. Elk op hun manier een slachtoffer van het systeem, en dus van de Winshaws. Coe spaart zijn kritiek niet en slaagt er wonderwel in een stuk recente Britse geschiedenis te vatten in een boeiend verhaal. Met een tien kleine negertjes erbovenop als finale. Wat een heerlijk boek.


Het moordende testament van Jonathan Coe, oorspronkelijke titel What a carve up!, werd uitgegeven bij Meulenhoff in 1994, Ooievaar in 2001 en Pockethuis in 2004. De vertaling is van Marijke Emeis. ISBN van de laatste pocket: 9046130509. Ca. 458 pagina's.

1 opmerking:

Anoniem zei

Tip: lees in de oorspronkelijke taal, de nederlandse vertaler maakt er een potje van, zeker van het slot!