10 november 2007

Curzio Malaparte - De huid


"O, dat betekent niets," zei ik, "dat is een lachertje, de honger, de bombardementen, de executies, de concentratiekampen, allemaal een lachertje, kleinigheden, ouwe koek. Die dingen kennen we in Europa al eeuwen. We zijn er wel aan gewend. Dat zijn niet de dingen waardoor we er zo aan toe zijn."
"Waardoor bent u er dan zo aan toe?" zei generaal Guillaume met een wat doffe stem.
"De huid."
"De huid? Welke huid?" vroeg generaal Guillaume.
"De huid," antwoordde ik zachtjes, "onze huid, die vervloekte huid. U hebt geen idee waartoe een mens in staat is, tot welke heldhaftigheden en welke laagheden hij in staat is om zijn huid te redden. Deze, deze weerzinwekkende huid, ziet u wel?"

****

In 1943 gaf Italië, tot dan een bondgenoot van de Duitsers, zich over aan de geallieerden. Nazi-Duitsland bezette daarop grote delen van het land, en een burgeroorlog brak uit. De eigenaardige situatie ontstond dat Italianen vochten tegen een leger dat kort daarvoor nog een bondgenoot was. Curzio Malaparte, voorheen al een tijd gevangen gezet door het Mussolini-regime, was verbindingsofficier tussen het bevrijde Italië en de geallieerden. Zes jaar later schrijft hij een boek over de bevrijding van Napels, zoals hij ook al de gebeurtenissen achter het Fins-Russische front beschreef in Kaputt. De huid - de vertaling van La pelle uit 1949 - verscheen zopas in de reeks Oorlogsdomein van uitgeverij De Arbeiderspers.

Net als in Kaputt speelt de vordering van de oorlog slechts een bijrol. Het gaat niet zozeer over de strijd, als over de gedragingen van de mensen die er dagelijks mee te maken krijgen: de officieren in het bevrijdingsleger en de bevolking van Napels, de eerste stad die in handen valt van de geallieerden. Malaparte schetst een somber en bitter beeld van een volk dat overwonnen is, maar tegelijk ook een overwinnaar. Vaak gebruikt hij daarvoor metaforen, die wel eens absurd of surrealistisch kunnen aandoen. Zoals die ene buurt in Napels waar alle vrouwen dwergen zijn en Amerikaanse soldaten, blank of zwart, met starende ogen, bij de rand van hun broekspijp hielden en hun holen in trokken. Malaparte huivert bij de gedachte aan de merkwaardige koppelingen van die gigantische mannen met die monstertjes op die hoge, enorme bedden.

Europa komt er in het algemeen niet goed uit. Tegenwoordig wordt in Europa alles verkwanseld: eer, vaderland, vrijheid, gerechtigheid. Het contrast tussen het tot slavernij en oorlogen veroordeelde Europa en het vrije Amerika komt sterk tot uiting in de gesprekken die Malaparte voert met de Amerikaanse officieren, al kan hij ook hen af en toe op hun plaats zetten. Wat heb je eraan de zee over te steken, een land binnen te vallen, een oorlog te winnen, je hoofd met de lauwer van de overwinning te sieren, als je niet weet hoe het aan tafel hoort? Wat voor stelletje helden waren die Amerikanen, die maïs aten als kippen?

Malaparte rijgt de soms schokkende beelden over een Europa in puin aaneen, aangevuld met filosofische bedenkingen over wat het betekent overwonnen te zijn, of overwinnaar. De gebruikte metaforen zijn vaak bizar, of op zijn minst ongewoon, maar het doet er allerminst toe, of wat Malaparte vertelt waar is of niet waar. Het gaat om een heel andere vraag: of wat hij schrijft al dan niet kunst is. De vraag stellen is ze beantwoorden.

Meer over Curzio Malaparte via Italibro.

De huid van Curzio Malaparte - oorspronkelijke titel La pelle - verscheen bij De Arbeiderspers in 2007, vertaald uit het Italiaans door Jan van der Haar.
isbn 9789029565578

Geen opmerkingen: