24 april 2008

Toni Coppers - interview

"Niets is ooit, maar alles wordt"


Na twee komische uitstapjes waagt Toni Coppers, in het dagelijkse leven VRT-producer, zich voor het eerst aan een echte thriller. Niets is ooit is het eerste boek in een reeks rond kunsthandelaar Simon de Vere en inspecteur Kunstcriminaliteit Liese Meerhout. Place to be: verrassend en bruisend Brussel.

Je werkt als producer bij de VRT. Wat doe je er precies? Hoe ben je er terechtgekomen?
Ik gaf les als leraar Engels toen ik druppelsgewijs ben beginnen freelancen voor de VRT. En ik had het geluk dat rond die tijd het allerlaatste examen producer begon dat nog werd georganiseerd. Dat waren nog examens oude stijl: tien maanden lang, één proef per maand, je begint met een duizendtal en je eindigt met zes, zeven. Een combinatie van een goede voorbereiding, goede prestaties en enorm veel geluk. Vandaag hou ik me bij de directie Strategie bezig met het opstarten van crossmediale projecten.

Je geeft ook les aan Groep T in Leuven. Kan je daar iets meer over vertellen?
Ik geef communicatie aan bachelorstudenten, in het departement ondernemingscommunicatie. Geschiedenis van de media, hoe de digitale mediawereld evolueert, de psychologie van communiceren ook: wat je lichaamstaal betekent, hoe de reclametaal in elkaar zit.

Lees je zelf veel? Zijn er auteurs die je bewondert?
Ik vreet boeken, al van in het humaniora. Ik koester ze, ik verzamel ze, ik krijg er nooit genoeg van. Vroeger las ik twee boeken per week, nu helaas maar enkele per maand meer, puur door tijdsgebrek. Mijn lijstje met auteurs die ik bewonder is lang. De meeste schrijven geen thrillers: Marquez, Burgess, Kundera, Claus, Richard Russo, Sebastian Faulks, John Berger, en zo kan ik nog een tijdje doorgaan. In het thrillergenre grijp ik altijd terug naar de absolute meester: John le Carré. Voor mij is le Carré de man die, samen met Graham Greene vóór hem, bewees dat thrillers ook prachtige literatuur kunnen zijn, en niet zomaar een brutaal who-done-it verhaaltje met houterige dialogen en bordkartonnen karakters zonder diepgang.

Je schreef eerder al twee komische thrillers, Dixit en Heilige nachten. Vanwaar die onverwachte combinatie van komedie en spanning?
Goh, ik zie Niets is ooit toch als mijn eerste thriller, weet je. Dixit en de sequel, Heilige Nachten, zijn eerst en vooral komische romans die een thrillerlaagje meekregen, geen thrillers die ook nog grappig zijn. Ik wil zeker nog ooit eens terug naar mijn stuntelende “verkoper van weetjes” David Cleeffs, maar de komende jaren gaat inspecteur Kunstcriminaliteit Liese Meerhout me toch de handen vol geven, hoor (lacht).

Niets is ooit is een 'klassiekere' misdaadroman dan Dixit en Heilige nachten. Ging het schrijven ervan soepeler of net moeilijker?
Het is anders, vooral. Hoewel de opzet hetzelfde blijft: net als thrillers heeft goeie comedy een ijzeren structuur nodig. Elk detail moet kloppen, je moet je plots en subplots tot in de perfectie in je vingers hebben. Het schrijven gaat heel vlot bij mij, nauwelijks enkele maanden voor een boek, maar voordien heb ik wel een zwangerschap lang nagedacht en gespeeld met elk denkbaar onderdeel.

Niets is ooit beschouw je dus als je eerste thriller. Vanwaar de titel?
Het komt uit de Griekse filosofie. Heraclitus was de man van “alles verandert”, “alles evolueert”, en Plato maakte daar later een variant op: “niets is ooit, maar alles wordt”. In de zin van: de dingen zijn niet voor eeuwig vastomlijnd, wij en het leven rondom ons zijn in een constante evolutie, en zekerheden zijn dus per definitie achterhaald, behalve die ene, aan het einde van ons leven. Het paste perfect bij het gevoel dat ik wou oproepen rond de zoektocht van Simon naar het vreemde geheim van zijn overleden vader.

Hoofdrolspelers Simon de Vere en Lieze Meerhout zijn respectievelijk kunsthandelaar en inspecteur Kunstcriminaliteit. Ben je zelf een kunstliefhebber of kunstkenner?
Een liefhebber zeer zeker, een kunstkenner niet. Een toegewijde amateur, dat is beter samengevat. Ik zou niet zonder kunst en cultuur kunnen. Vroeger hield ik erg veel van mooie dingen, of tenminste van dingen die ik mooi vond. Dat is in de loop der jaren uitgebreid: ik geniet nog altijd mateloos van een mooi schilderij, maar het mag me vandaag de dag ook best verontrusten, het mag dingen in vraag stellen in plaats van alleen maar “mooi” te zijn. Ken je bv. de schilderijen van Mark Rothko? Het lijken simpele kleurvlakken, maar kijk er aandachtig naar en je verliest jezelf er in. Prachtig is dat.

Naast De Vere en Meerhout speelt Brussel een belangrijke rol in Niets is ooit. Nochtans ben je zelf geen Brusseleir. Waarom kies je dan toch Brussel als setting?
Je zou eerder kunnen vragen: hoe komt het dat andere thrillerauteurs Brussel nog niét als setting hebben gebruikt… De stad heeft gewoon alles om een ideaal decor te zijn: de enige grootstad van België, een door en door internationale stad, en toch, op sommige vlakken, heel intiem bijna. Nu, ik klaag niet hoor: bij deze is Brussel bezet (lacht).

Je bent in je boek vol lof over het kosmopolitische Brussel, “een amalgaam van mensen. Van diplomaten en mondaine luitjes die voor de NAVO, de Europese Gemeenschap of een van de tientallen internationale organisaties werkten tot Walen, Vlamingen, Brusseleirs, Maghrebijnen en zovele aangespoelde Europeanen uit de lidstaten.” Dreigt die invloed van verschillende culturen niet net de eigenheid van Brussel te verdringen?
Tja, maar de vraag kan dan ook zijn: wat is dan die “eigenheid” van Brussel? Ik hoed me om hier pedante uitspraken te gaan doen in de plaats van de echte Brusselaars, dat zou heel aanmatigend zijn. Voor mij is een botsing van culturen alvast niets waar ik bang van ben, maar iets dat me integendeel stimuleert. Is de eigenheid van New York verdrongen door de immigratie? Je zou evengoed kunnen zeggen dat New York net New York is geworden dóór de samenvloeiing van zoveel mensen en culturen. Al mag je evenmin blind zijn voor de excessen. En die zijn er inderdaad ook.

Tegenover het kosmopolitische Brussel staat het ietwat bekrompen Vlaanderen. Simon heeft duidelijk iets tegen "Vlaamse vendelzwaaiers", de "extremisten", “of ze nu van links of van rechts komen”. Dat klinkt als een politiek statement.
Ja, dat is het zeker. Ik gruwel van extremisten, of ze nu inderdaad van links of van rechts komen. En meer concreet toegespitst op je vraag: het is een filosofisch standpunt, eerder dan een politiek. Met name: ik snap niet goed hoe je een bepaalde trots kunt halen uit het feit dat je toevallig aan de ene kant van een historische grens bent geboren en niet aan de andere. Daar heb jij toch geen enkele verdienste aan? Je kunt trots zijn op het feit dat je je kind een beetje inzicht in iets hebt kunnen geven, of dat je een bergje hebt beklommen of een gordijnroede hebt opgehangen. Maar je gaat toch niet trots met een vlag staan zwaaien omdat je toevallig ergens geboren bent?

Volgens de achterflap is dit het eerste boek in een reeks. Wanneer kunnen we deel 2 verwachten?
Deel twee rond de Brusselse inspecteur Liese Meerhout en haar vriend Simon moet normaal over een jaar volgen, in de lente van 2009 dus. Ik ben al volop in de “zwangerschapsperiode”, het schrijven begint normaal na de zomer.

We kijken er alvast naar uit. Bedankt voor dit gesprek.

Lees ook: recensie van Niets is ooit.

Niets is ooit van Toni Coppers werd uitgegeven bij Manteau in april 2008.

Geen opmerkingen: