21 december 2015

De Belezen Belg (2)

Heb jij je ook wel eens afgevraagd waarom die ene toerist die in een Zweedse misdaadroman opduikt nu net een Belg is? En geen Portugees, Oostenrijker of Luxemburger? Een poging tot antwoord in een nieuwe reeks: hoe raken Belgen verzeild in spannende, grappige, wereldschokkende of volstrekt nietszeggende situaties? De Belezen Belg zoekt het uit.

Even terug naar 1815. Napoleon is in Waterloo van zijn witte paard gevallen, deze keer definitief, en dat heeft de weg vrijgemaakt voor de herschikking van een paar lappen grond. Rusland nam nog maar eens een stukje van Polen over en Noorwegen was opeens niet meer Deens maar Zweeds.

Maar ook het koninkrijk Pruisen viel in de prijzen. Christopher Clark, een Australische historicus die een boek schreef over Pruisen, wijdt er een paar zinnen aan. Het koninkrijk - te klein om een grootmacht te zijn, te zelfbewust om een kleine Duitse staat te zijn - kreeg er namelijk ongevraagd (ze hadden liever Saksen gehad) een paar provincies bij langs de Rijn. Engeland zagen graag iemand van dichtbij de Fransen in de gaten houden, en dat moesten dan maar de Pruisen zijn.

Oostenrijk van haar kant, kreeg een groot stuk van Italiƫ in handen in ruil voor hun Zuidelijke Nederlanden.

Dat kwam de Oostenrijkers goed uit; ze waren blij van de weerspannige Belgen af te zijn, die nu begonnen aan een kortstondige en ongelukkige periode, waarin ze door de Nederlanders werden overheerst.

Als je 't zo leest, was Willem I, koning der Verenigde Nederlanden, beter eens te rade gegaan bij de Oostenrijkers voordat hij die weerspannige Belgen overnam. Al blijft de vraag wie die 'Belgen' op dat moment dan wel waren. Nu weten we natuurlijk beter: de weerspannige Belgen waren van het soort dat naar de opera ging in Brussel. De stomme van Portici, en dat soort dingen. Operagangers die een revolutie ontketenen: je ziet het nu niet direct meer gebeuren. Het gevaar zit hem anno 2015 nog eerder in nationale zangfeesten, of hoogstens een concert van Slongs Dievanongs. Maar in 1815 hadden we dus nog een reputatie hoog te houden als weerspannige onderdanen, en dat zal Willem geweten hebben, vijftien jaar later.

Geen opmerkingen: