15 december 2011

Umberto Eco - Bekentenissen van een jonge romanschrijver



Wat ik hier graag wil zeggen, is dat degenen die zich 'creatieve' schrijvers noemen (en ik heb eerder uitgelegd wat deze verraderlijke term kan betekenen) nooit interpretaties van hun eigen werk zouden moeten geven. Een tekst is een gemakzuchtig werktuig dat wil dat zijn lezers een deel van zijn werk doen - dat wil zeggen, het is een instrument dat is ontworpen om interpretaties uit te lokken (zoals ik schreef in mijn boek Lector in fabula). Als je vragen hebt over een tekst, is het irrelevant om ze de auteur te stellen.



Bekentenissen van een jonge romanschrijver. Die jong, geeft Eco graag toe, klopt niet helemaal. Hij schreef het boek op de gezegende leeftijd van zevenenzeventig jaar. Echt jong kan je dat niet noemen, zelfs niet - zoals zijn excuus luidt - als je alleen zijn schrijversjaren meerekent. De naam van de roos, zijn grootste bestseller tot op heden (al is zijn laatste roman, De begraafplaats van Praag, ook niet zonder succes) is toch ook al een jonge dertiger. Maar we vergeven hem de spielerei.

Eco laat in vier hoofdstukken zijn licht schijnen over de kunst van het romanschrijven. Hij geniet duidelijk van zijn eigen vernuft wanneer hij het heeft over de vele dubbele bodems in zijn boeken, passages die - behalve misschien de occasionele professor in middeleeuwse literatuur - geen kat zijn opgevallen. Of dit boek voor andere (beginnende) romanschrijvers veel nut zal hebben, valt ook nog te bezien. De uitgebreide theoretische beschouwingen over lijstjes, over de intenties van de empirische auteur, over interpretaties, hebben eerder de neiging verlammend te werken. Bekentenissen van een jonge romanschrijver is wellicht goed voor literatuurwetenschappers. En voor het ego van Umberto Eco.

Bekentenissen van een jonge romanschrijver van Umberto Eco - oorspronkelijke titel Confessions of a Young Novelist - verscheen bij Bert Bakker in 2011, vertaald uit het Engels door Bart Kraamer.
191 blz, isbn 9789035136625

Geen opmerkingen: