Pagina's

31 mei 2011

Arnaldur Indriðason - Doodskap


De boer noemde het een doodskap.
Een griezelig woord had hij dat gevonden.
Lang keek hij naar de pin die uit het primitieve geval omhoogstak. Hij ging ervan uit dat die de schedel wel vijf centimeter diep zou binnendringen en wist dat dit voldoende was.

***

De tiende Erlendur-roman is het, al is de man zelf nu al twee boeken lang verdwenen naar de Oostfjorden. In Onderstroom hield Elínborg de herinnering nog levend; in Doodskap is het de beurt aan Erlendurs tweede collega, Sigurður Óli. Die beleeft niet de makkelijkste periode van zijn leven. Een relatie van een paar jaar met Bergþóra is net afgesprongen, en een oude schoolvriend vraagt Sigurður Óli's hulp in een netelige kwestie. Patrekurs zwager wordt namelijk afgeperst na een schnitzelparty - dat is IJslands voor partnerruil. Sigurður Óli besluit de afpersers met een bezoekje te vereren en ziet nog net hoe de vrouw een tik op het hoofd krijgt met een honkbalknuppel. Tussen de bedrijven door krijgt Sigurður Óli bezoek van een clochard die zijn verleden met zich meesleurt.

Het is niet de eerste keer dat oude demonen opspelen in Indriðasons werk, en dat er weer eens iemand is omgekomen in de bergen is evenmin een grote verrassing. Maar deze keer heeft de IJslander ook veel aandacht voor recentere ontwikkelingen: de financiële speculaties die het land inmiddels op de rand van het bankroet brachten. Indriðasons verteltrant en empathie houden je als vanouds geboeid, maar een beetje variatie zou meer dan welkom zijn.

Kijk hier voor de andere boeken van Indriðason.

Doodskap van Arnaldur Indriðason - oorspronkelijke titel Svörtuloft - verscheen bij Q in 2011, vertaald uit het IJslands door Adriaan Faber.
285 blz, isbn 9789021439501

30 mei 2011

Gianrico Carofiglio - De volmaaktheid van het tijdelijke


'Ik hou niet van klanten zoals...'
'Zoals onze landmeter. Dat weet ik. Ik houd er ook niet van.'
'Waarom accepteren we ze dan?'
'Omdat we strafpleiters zijn. Of liever gezegd: ik ben strafpleiter, en als jij doorgaat met het opwerpen van dit soort problemen, eindig je nog eens voordat je bent begonnen.'

***

Het blijft een leuke reeks van Gianrico Carofiglio, de antimaffiamagistraat die tegenwoordig in de Italiaanse senaat zetelt. Guido Guerrieri steelt de show als de advocaat met de grote mond en het kleine hartje. In deel vier, met de mooie titel De volmaaktheid van het tijdelijke, doet Guido het opnieuw, maar net iets minder overtuigend dan in pakweg Gerede twijfel. Het lijkt wel of Carofiglio zijn hoofdrolspeler vooral meer body en een geschiedenis heeft willen meegeven. Helaas lijdt het verhaal, over een spoorloos verdwenen meisje, daar nogal onder. Hopelijk gaat De volmaaktheid van het tijdelijke de geschiedenis in als het voorspel van een forse remonte.

Meer over Carofiglio via Italibro.

De volmaaktheid van het tijdelijke van Gianrico Carofiglio - oorspronkelijke titel Le perfezioni provvisorie - verscheen bij Prometheus in het voorjaar van 2011, vertaald uit het Italiaans door Rob Gerritsen.
303 blz, isbn 9789044616880

29 mei 2011

Guy Delisle - Shenzhen



***

Geen mens die zo goed alledaagse bezigheden kan vatten in een tekening als Guy Delisle. De Canadees verveelde zich vooral steendood in Shenzhen en hij slaagt er zowaar in zijn lezers daarmee aan het lachen te brengen. Naar Chinese maatstaven is Shenzhen met haar veertien miljoen inwoners slechts een provinciestad, wat het album minder relevant maakt dan zijn latere werk Birma, over de onderdrukking van de Myanmarese bevolking door het militair regime. Delisle beperkt zich in Shenzhen tot zijn werk in de tekenstudio's, de taalbarrières, een uitstapje naar Hongkong. Allemaal heel leuk, maar zo een oppositieleidster-onder-huisarrest, dat heeft toch net iets meer.

Shenzhen van Guy Delisle - oorspronkelijke titel Shenzhen - verscheen bij Oog & Blik | De Bezige Bij in 2011, vertaald uit het Frans door Arend Jan van Oudheusden.
isbn 9789054923091

16 mei 2011

Giorgio Vasta - De materiële tijd


Terwijl we daar lopen, te midden van het gewoel, zien we alleen maar door het dialect uiteengereten gezichten - het dialect is in de monden geëxplodeerd en heeft de trekken verscheurd -, voortgebracht in het duister van de familiebanden, in het dagelijkse botsen, een voorhoofd tegen een jukbeen, de mond tegen een slaap. Om ons heen wervelen de gezichten van de Palermitanen, niet te onderscheiden van de maskers bij de ingang van het spookhuis.

***

Wat een eigenaardig boek. Fascinerend, soms schokkend. En eigenaardig. Drie jongens zijn onder de indruk van de Rode Brigades die eind jaren '70 Italië teisteren met hun aanslagen en ontvoeringen. Ze houden in het bijzonder van hun taal. 'Zij praten - of liever schrijven - net als wij. Hun communiqués zijn ingewikkeld, hun zinnen lang en sterk. Zij zijn de enigen in Italië die zo schrijven.' De drie jongens - elf jaar oud - kiezen een naam: Nimbus, Vlucht en Straal. Ze vinden een gebarentaal uit, het Alfastil, distantiëren zich van hun leeftijdsgenoten en zoeken een geheime ontmoetingsplaats. Ze doen wat jongens overal doen. Maar het loopt uit de hand. Zonder mededogen storten ze zich op hun slachtoffers. Ze steken een auto in brand, ontvoeren een jongen uit hun klas. Het gaat van kwaad naar erger.

Auteur Giorgio Vasta hanteert zelf de ietwat archaïsche, afstandelijke taal van de Rode Brigades. Soms wat hoogdravend, maar het pakt wel. Toch kan je het moeilijk plaatsen. De onschuld van kinderen botst met de uitgesproken wil kwaad te doen. Wat een eigenaardig boek.

De materiële tijd van Giorgio Vasta - oorspronkelijke titel Il tempo materiale - verscheen bij Wereldbibliotheek in het voorjaar van 2011, vertaald uit het Italiaans door Marieke van Laake.
319 blz, isbn 9789028423480