Pagina's

27 juni 2011

Jeffery Deaver - Carte blanche


M keek hem rustig aan. 'Ik weet dat je gewend bent carte blanche te krijgen en de missies uit te voeren zoals je goeddunkt, 007. Je hebt onafhankelijke trekjes en die zijn je in het verleden goed van pas gekomen.' Een duistere blik. 'Mééstal. Maar hier in eigen land heb je minder speelruimte. Veel minder. Is dat duidelijk?'
'Ja, meneer.'
Dus geen carte blanche meer, dacht Bond woedend, maar carte grise.

****

James Bond, dat is Sean Connery in zijn jonge jaren, ergens in de jaren vijftig of zestig. Dus zou 007 vandaag, een jaar of negentig oud, moeten genieten van zijn pensioen in een chique Brits bejaardentehuis, een home for the elderly, waar hij tegen zijn medebewoners pocht over zijn heldendaden, en geen kat die hem gelooft. Maar logica en 007 gaan niet altijd goed samen. Zo is James Bond heden ten dage nog altijd in de dertig, net afgezwaaid in Afghanistan, en gewapend met een iPhone met afluisterapp (voor de gelegenheid iQPhone gedoopt). De Amerikaanse auteur Jeffery Deaver, zelf fan van 007, gooit het roer dus resoluut om na het Koude Oorlogsverhaal Devil may care van Sebastian Faulks. Ondanks de cultuurshock valt het nog mee ook.

James Bond zet zijn eerste stappen in de wereld van de spooks, zoals de Britse spionnen worden genoemd. GCHQ heeft een bericht onderschept waarin een beschadiging van de Britse belangen en duizenden slachtoffers worden aangekondigd. De speurtocht leidt Bond van de ene actiescène naar de andere, van Servië over Dubai naar Zuid-Afrika, van verliefdheid naar onenightstand. Bond blijft dus gelukkig zichzelf. De slechterik van dienst is ook nu weer een gestoorde, megalomane egotripper: de grote baas van een afvalverwerkingsbedrijf die gepassioneerd is door aftakeling en verval. Helaas drijft hij die passie ook tot het uiterste door.

007 is de kunst van het overdrijven zonder dat het opvalt, een kunst die Deaver tot in de puntjes beheerst. De plotwendingen - Deavers handelsmerk - zouden in een ander boek misschien belachelijk zijn, maar bij Bond mag dat. Bovendien stoomt Deaver 007 klaar voor een hele reeks nieuwe avonturen, los van de ietwat gedateerde Koudeoorlogretoriek. James is tenslotte nog maar net dertig. We kijken al uit naar zijn eerste ervaringen met de iQPad.



Carte blanche van Jeffery Deaver verscheen bij Van Holkema & Warendorf in 2011, vertaald uit het Amerikaans door Hugo Kuipers.
399 blz, isbn 9789047517160

24 juni 2011

Sandro Veronesi - XY


En geen van ons die het plein op kwamen zal de ogen vergeten van dat arme paard, de doodsbenauwde uitdrukking en de menselijke zenuwtrekken (ja, menselijk, geloof me) die over zijn verbijsterde snuit liepen. Als ooit een beest op het punt heeft gestaan om te praten, dan was het Zorro die ochtend; maar ik denk dat hij, zelfs al was hem die mogelijkheid gegeven, de woorden niet zou hebben kunnen vinden, omdat de woorden om te zeggen wat hij had moeten zeggen niet bestaan.

****

Een gruwelijke misdaad in een afgelegen bergdorp: de pastoor, don Ermete, en twee dorpsgenoten stuiten op elf lijken. Het onderzoek wordt geheim gehouden want het is te gruwelijk om te vatten. Het is geen terreurdaad, maar een raadsel: alle elf zijn vermoord op exact hetzelfde moment, maar door verschillende oorzaken. Eén slachtoffer is zelfs doodgebeten door een haai. Op hetzelfde moment gebeurt nog iets raars: het litteken van een jonge psychiater, Giovanna Gassion, gaat na jaren terug bloeden. Door een samenloop van omstandigheden zijn de pastoor en de psychiater de enigen - buiten de autoriteiten - die de werkelijke omvang van de feiten kennen. Giovanna besluit tijdelijk in te trekken bij don Ermete, zodat ze samen de bewoners van het dorp hulp kunnen bieden. Ze krijgen te maken met een vijandig gezinde gemeenschap, maar ook met hun eigen twijfels en angsten. Ze trachten er elk op hun manier mee om te gaan. Via het geloof, via de wetenschap. Maar zijn er wel afdoende antwoorden? XY is sterk, beklemmend, onthutsend werk van Sandro Veronesi. Straffer dan Kalme chaos.

Lees meer over Veronesi bij Italibro.

XY van Sandro Veronesi verscheen bij Prometheus in 2011, vertaald uit het Italiaans door Rob Gerritsen.
336 blz, isbn 9789044617627

23 juni 2011

Luis Fernando Verissimo - De engelenclub


Lucídio bood aan me te helpen bij het etentje. Ik accepteerde zijn aanbod vooral omdat ik hem wilde voorstellen aan de anderen. Dat niet, zei hij, nee, hij wilde liever niet eens zijn gezicht laten zien. Per slot van rekening maakte hij geen deel uit van de club. Hij zou in de keuken blijven. Ik stelde voor dat hij zijn gigot d'agneau maakte, maar toen zei hij iets wat me op dat moment intrigeerde: 'Nee, die bewaar ik voor het laatst.'

****

De Picadinhoclub heeft al twintig jaar de gewoonte elke maand samen te komen voor een etentje bij een van de tien leden. De ene is intussen rijk geworden, een andere is al aan zijn derde vrouw toe, drie van hen hebben samen hun zaak failliet zien gaan. De laatste twee jaar, sinds de dood van een van de leden, gaat het achteruit. De meesten willen ermee stoppen, maar Daniel weet hen te overtuigen nog één jaar door te gaan. Hij heeft zelfs al een nieuwe kok gevonden, Lucídio. Die maakt elke keer het lievelingsgerecht van een van de mannen, en met veel bijval: 'Zeggen dat een gezicht begint te stralen is een literaire conventie, maar João's gezicht was echt gaan stralen. Het was van puur genot van kleur veranderd.' Het is duur betaald genot, want telkens sterft een van de mannen na de maaltijd. En toch gaan de mannen er gewoon mee door. Een maand later zijn de overlevenden weer present.

De Braziliaan Luis Fernando Verissimo scoort met De engelenclub een schot in de roos. Wat drijft een groep ertoe zich letterlijk, bewust dood te eten? En waarom net zij? Het mysterie neemt toe naarmate er meer doden vallen. Wie zal de volgende zijn? Wie de laatste? En wat heeft Lucídio ermee te maken? De engelenclub is een heerlijke roman, spannend tot de laatste beet.

De engelenclub van Luis Fernando Verissimo - oorspronkelijke titel O clube dos anjos - verscheen bij Athenaeum - Polak & Van Gennep in 2011, vertaald uit het Portugees door Harrie Lemmens.
111 blz, isbn 9789025368791

22 juni 2011

Beppe Severgnini - Berlusconi en de Italianen


Hij is geen historische noodzakelijkheid en geen onvermijdelijk gevolg van ons nationale karakter. B. is de vrucht van een intuïtie: zijn eigen. Hij heeft begrepen dat we solidair zijn met wie een poging doet en bewondering hebben voor wie erin slaagt, dat we de autoriteiten wantrouwen en toegeeflijk zijn tegenover beklaagden en het - zeer Italiaanse - talent hebben om te balanceren tussen hoge principes en lage belangen.

***

Berlusconi valt in dezelfde categorie als George W. Bush: geen kat die begrijpt hoe ze ooit herverkozen raakten. Nochtans domineert Berlusconi nu al meer dan vijftien jaar de Italiaanse politiek. Hij haalt meer het nieuws met zijn domme uitspraken, fraudezaken en seksschandalen, dan dat er ons goed nieuws bereikt uit Italië. De economie slabakt, de schulden zijn torenhoog en veel jonge Italianen vinden niet eens een betaalbaar huis. De laatste maanden zit het Berlusconi wat tegen, maar tot voor kort kon het de Italianen weinig schelen. Voormalig Europees journalist van het jaar Beppe Severgnini, die eerder al een poging deed de ziel van de Italiaan te vatten in Italianen voor gevorderden, wijdt zijn nieuwe boek aan het fenomeen Berlusconi.

Tien redenen ziet Severgnini voor het succes van Berlusconi, gaande van zijn zakeninstinct tot de macht over de media. Iedere Italiaan wil Berlusconi zijn, aldus Severgnini: B. houdt van kinderen, praat over zijn mamma, heeft verstand van voetbal, weet hoe hij geld moet verdienen, houdt van nieuwe huizen, heeft een hekel aan regeltjes, vertelt moppen, vloekt, is dol op vrouwen, feestjes en goed gezelschap. En vooral: er is geen alternatief, want de linkse partijen zijn hopeloos verdeeld en slagen er niet in een tegenkandidaat naar voor te schuiven.

Een objectief waarnemer kan je Severgnini niet noemen. Denk eerder aan een Italiaanse variant van Michael Moore, maar dan niet zo slagvaardig, soms zelfs nogal warrig. Je krijgt niettemin wat achtergrond mee, zodat je ermee kan uitpakken wanneer Il cavaliere nog eens het scherm teistert.

Berlusconi en de Italianen van Beppe Severgnini - oorspronkelijke titel La pancia degli italiani. Berlusconi spiegato ai posteri - verscheen bij Nieuw Amsterdam in 2011, vertaald uit het Italiaans door Miriam Bunnik.
176 blz, isbn 9789046810309

21 juni 2011

Tanguy Viel - Paris-Brest


Daarom kwam Kermeur junior in mijn familieroman al op mijn grootmoeders begrafenisdag dreigend en onverwacht aanzetten, want zo kon ik de hele plot op gang trekken en onder meer uit de doeken doen wie Kermeur junior was en wie mijn moeder en wie mijn grootmoeder, honderdvijfenzeventig pagina's lang, want alle spanning kwam voort uit het begin, in die zin dat je je de hele tijd afvroeg: maar wie is die Kermeur junior toch en wat komt hij daar doen?

****

Louis neemt de trein van Parijs naar zijn geboortestad Brest, gewapend met dezelfde oude koffer waar hij drie jaar tevoren mee vertrok. Toen zat er geld in van zijn grootmoeder, die trouwde met een stokoude, maar stinkend rijke man. Nu zit er iets anders in, een geheim dat de gespannen verhouding met zijn moeder tot het kookpunt zou kunnen brengen. Gaandeweg wordt de reden voor al die spanning duidelijk, net als de rol van ene Kermeur junior, die steeds weer opduikt. Paris-Brest is een mooi opgebouwde roman met voelbare onderhuidse spanning en toch af en toe een humoristische noot.

Paris-Brest van Tanguy Viel verscheen bij De Arbeiderspers in 2011, vertaald uit het Frans door Katrien Vandenberghe.
144 blz, isbn 9789029576062

20 juni 2011

Frank van Laecke - Confidenties van een seriemoordenaar


Ze gaf niets mee.
Ze kon ook niet.
Ze was dood.
Ik was klaargekomen in de schoot van die dode vrouw die ik niet kende, die mij niet wilde kennen.
Die alleen geïnteresseerd was in mijn geld.
Die gestorven was voor tweehonderd frank.
Kan het banaler?

**

'Kan het banaler?' Als je niet verder leest dan de eerste pagina's niet, nee. Dan lijkt het eerder op Fantasieën van een snotjong dan op Confidenties van een seriemoordenaar. De moord op het eerste slachtoffer, een stinkende tante, geschiedt in 't schoon Vlaams, om onduidelijke redenen afgewisseld met moeilijke woorden als anosmie en hyposmie. Maar 't manneke wordt ouder en gaat schoner Nederlands spreken. Het moorden, dat houdt niet op. Meestal wordt daar niet te veel uitleg bij gegeven, laat staan dat we zouden spreken van een 'intrigerende reis naar het brein van een doodnormale man met een hoogst merkwaardig tijdverdrijf', zoals de achterflap belooft. Pas op het einde (op 96 pagina's is dat gelukkig ook kort na het begin) wordt het iets interessanter: de perfecte moord wordt gepland, opeens gekoppeld aan wat Griekse mythologie.
'Kan het banaler?' Bwa.

Confidenties van een seriemoordenaar van Frank van Laecke verscheen bij Van Halewyck in 2011.
96 blz, isbn 9789461310538

19 juni 2011

Bram Dehouck - Een zomer zonder slaap


Herman Bracke lag te staren naar het raam. Het oranje licht dat door de gaatjes van het rolluik scheen, danste op het ritme van zijn ademhaling. Herman keek van het raam naar het zwart van het plafond, geen zuiver zwart maar een mengeling van donkere vlekken. Hij sloot zijn ogen in een poging de vlekken te doen samenvloeien tot het zwarte gat waarin hij wilde wegzinken, maar zijn vermoeide hersenen toverden een nieuw beeld tevoorschijn, een hopeloos beeld voor slapelozen. Herman Bracke zag een schaap.

****

Bram Dehouck kleurt graag buiten de lijntjes. Sommige mensen hebben daar last mee. Zijn vorige, De minzame moordenaar, heette niet spannend genoeg te zijn (maar won Schaduwprijs én Gouden Strop). Zijn nieuwe boek, bij een nieuwe uitgever, is ook niet alleen maar spanning. Een zomer zonder slaap neigt naar komedie. Eind deze maand weten we of hij hiermee de Hercule Poirotprijs binnenhaalt.

Het dorp Blaashoek heeft het eerste windmolenpark van het land. Iedereen is vol lof: groene energie, Blaashoek op de kaart gezet, etcetera. Alleen de slager is niet zo blij. Hij kan niet slapen door het geluid dat de molens veroorzaken. De vermoeidheid eist uiteindelijk haar tol. Een keten van gebeurtenissen wordt in gang gezet, waarin heel het dorp wordt meegesleurd.

De personages uit Een zomer zonder slaap zijn niet eens zo vergezocht. Je ziet ze dagelijks voorbijkomen in Man bijt hond: de slager die voortdurend zijn eigen paté bestoeft, de goedzak van een postbode met zijn afgunstige vrouw, de joviale neger in een sociale woning. Dankzij de uitvergroting van de kleine kantjes eerder typetjes dan levensechte figuren. Dat stoort niet, want het hele boek zoekt de grenzen van het mogelijke op, niet in de laatste plaats het gewelddadige inferno op het einde. Alsof het hele dorp verantwoording moet afleggen, zo gaat het eraan toe. En dat alleen maar door een paar windmolens.

Een zomer zonder slaap van Bram Dehouck verscheen bij De Geus in het voorjaar van 2011.
190 blz, isbn 9789044518368

18 juni 2011

Antonio Pennacchi - Het Mussolinikanaal


Ze vertrokken met zijn zessen en als u de foto's ziet - want die zijn er nog, met al mijn ooms poserend in militie-uniform, foto's die later zijn gemaakt, in de Agro Pontino, toen ze allemaal al volwassen waren - dan is goed te zien dat ze schuin over hun zwarte hemd de lictorenbundel dragen, want ze waren alle zes 'Mars op Rome'; die onderscheiding kwam hun rechtens toe, en ik maak me sterk dat er in Italië weinig gezinnen waren met zoveel zonen die allemaal 'Mars op Rome' en 'Lictorensjerp' waren, en oom Turati, zei ik al, was nog geen zestien en hij was het zwaarst bewapend, met een heel stel dolken en handgranaten aan zijn riem. En in de nacht van 26 oktober, toen de 18BL net vertrokken was, stond mijn oma in het pikkedonker naar de hoofdweg te schreeuwen: 'Idioten, er moet hier gezaaid worden.'

*****

Italië verzuipt zowat in de literaire prijzen, maar de meest prestigieuze en meest bekende is de Premio Strega, al sinds 1947 jaarlijks uitgereikt aan het beste Italiaanse fictieboek. Op de erelijst namen als Tomasi Di Lampedusa, Primo Levi, Umberto Eco en Sandro Veronesi. De recentste winnaar is Antonio Pennacchi voor Het Mussolinikanaal.

De huidige provincie Latina was lange tijd een te mijden gebied wegens malaria en struikrovers. Tot Mussolini er in de jaren 1930 in slaagde de moerassen droog te leggen. Trouwe fascistische families uit het Noorden kregen er een lap grond en een boerderij aangeboden. Pennacchi stamt zelf uit zo een kolonistenfamilie uit Veneto. Het verhaal van de familie Peruzzi is dan ook een beetje zijn eigen verhaal. Zoals hij zelf zegt: 'het boek waarvoor ik op de wereld ben gekomen'.


Het Mussolinikanaal volgt de loop van de Italiaanse geschiedenis. Toevallig komen de Peruzzi's in het kamp van de fascisten terecht, nog voor die in 1922 aan de macht komen. De Peruzzi's maken kennis met de fascistische leiders en met Mussolini zelf, die hen zich altijd zal blijven herinneren. De Peruzzi's worden beloond voor hun steun met een boerderij in de Agro Pontino. De familie is daarmee eindelijk beter gewapend tegen de armoede. Maar dan breken de oorlogen uit: eerst in Ethiopië, later in Europa, aan de zijde van de Duitse bondgenoot. Geen slagveld zonder Peruzzi in de frontlinies.

De alwetende verteller in Het Mussolinikanaal, een Peruzzi-telg die de feiten zelf niet heeft meegemaakt, vertelt over zijn familie als speelbal van het lot. Het plichtsbesef is groot, tegenover de Italiaanse natie, maar ook tegenover elkaar. De broers nemen het voor elkaar op, tot bloedens toe. Tussendoor moet gezaaid en geoogst worden, onder het alziende oog van oma Peruzzi, die als een ware matrone waakt over haar nakomelingen.

Pennacchi's Het Mussolinikanaal is een prachtig familie-epos, meesterlijk verteld, met kleurrijke figuren. Het is het verhaal van het Italiaanse fascisme en van een familie die haar deel van de klappen opvangt, maar uiteindelijk tot niet veel meer in staat is dan de geschiedenis te ondergaan.

Het Mussolinikanaal van Antonio Pennacchi - oorspronkelijke titel Canale Mussolini - verscheen bij De Bezige Bij in 2011, vertaald uit het Italiaans door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd.
512 blz, isbn 9789023463443

3 juni 2011

Miquel Bulnes - Het bloed in onze aderen


... lang heb ik gemeend dat het structuur en discipline waren, waar het leger zijn kracht uit putte. Spartanen waren wij, die de gelederen gesloten hielden en als een falanx de vijand tegemoet traden. Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan hen die het overzicht hadden, was de fundering waarop onze kracht berustte. De gedachte in te gaan tegen bevelen, hoe misplaatst deze soms ook leken, was er een die niet in mij opkwam...

***

Is er een publiek voor vuistdikke historische romans, gesitueerd in Spanje en Noord-Afrika? Natuurlijk wel. Kunnen die liefhebbers hun hart ophalen met Het bloed van onze aderen? Sommigen wel. Gepensioneerde sergeanten zonder twijfel. Die zullen smullen van het eerste deel, waarin de Spanjaarden hun belangen in het huidige Marokko verdedigen. Dat gaat zo'n tachtig pagina's lang gepaard met veel kruitdampen en wisselende stellingnames in de droge heuvels.

De strijd om Annual draait uit op een fiasco: enige overlevende is kapitein Augusto Santamaría, die na thuiskomst werk vindt bij de Madrileense politie. Hij huwt de weduwe van zijn luitenant, en stort zich vol overgave op het onderzoek naar een moord in een bordeel. Helaas vindt daarbij zijn jonge helper de dood. Tot zover het spannende deel van het verhaal, dat gaandeweg naar de achtergrond verdwijnt en plaats maakt voor politieke machtsspelletjes en complotten, tussen conservatieven en socialisten, monarchisten en republikeinen, katholieken en vrijmetselaars. Uiteindelijk draait het uit op een staatsgreep tegen koning Alfonso, waarin alle strekkingen partij moeten kiezen. Een op zich boeiend verhaal wordt te veel verdronken in details en overbodige personages. Het bloed in onze aderen is bij momenten erg meeslepend, maar Bulnes houdt de spanning helaas geen heel boek vol.

Het bloed in onze aderen van Miquel Bulnes verscheen bij Prometheus in 2011.
623 blz, isbn 9789044616309

2 juni 2011

Luc Herman - Nora en de feiten


Tijdens de opleiding in Brussel had de docent van het schrijfvak haar voortdurend moeten aanmanen om gezochte metaforen overboord te gooien en onnodige alliteraties te laten varen. 'Diels,' had hij haar uiteindelijk met enige voldoening terechtgewezen, 'het is niet omdat jij langer hebt gestudeerd dan de rest van deze groep samen, dat je je niet aan de regels hoeft te houden. Bij de politie schrijft men kort en bondig.'

**

"Nora en de feiten is een boek voor lezers die zich stilaan ergeren aan de populariteit van de Vlaamse misdaadroman, maar deep down houden van een ouderwetse whodunit." Aldus wordt Nora en de feiten op de markt gesmeten. Het is de debuutroman van Luc Herman, hoogleraar Engelstalige literatuur en verhaaltheorie. Een theoreticus dus, net als zijn hoofdpersonage Nora Diels, die na een passage bij de Universiteit Antwerpen haar taalgebruik fel moet aanpassen als beginneling bij de politie.

Lezers die zich stilaan ergeren aan de populariteit etcetera zullen helaas ook niet in de wolken zijn over het onderzoek naar de dood van een Poolse kuisvrouw. Knipogen naar de academische wereld, Antwerpse BV's (het lijkt wel een ATV-reclamespot met Ilegems en co) of de Vlaamse misdaadroman (inspecteur en commissaris heten Voncke en Verstyft) veranderen daar niet zo veel aan. Nora en de feiten moet het volledig hebben van de plot, maar de vraag is of het kalf tegen dan nog niet verdronken is.

Nora en de feiten van Luc Herman verscheen bij Van Halewyck in 2011.
205 blz, isbn 9789461310378