Patrick Conrad situeert zijn thrillers graag aan de rand van de samenleving: tussen junkies en hoeren, tussen versleten flikken en boekhouders in bruine kroegen. Dat wil wel eens botsen met de Antwerpse middenklasse, zoals de leraren en galerijhouders die Residentie Van Artevelde bevolken. Een gruwelijk verminkt lijk zorgt er voor opschudding.
(Uitgeverij Vrijdag, 2017,***)
Friedrich Dürrenmatt wordt tot de grote Zwitserse schrijvers van de twintigste eeuw gerekend. Uitgeverij Athenaeum bracht recent enkele werken van hem uit, waaronder De verdenking . Een doodzieke politiecommissaris verdenkt een dokter ervan een nazi-kamparts geweest te zijn, en waagt zich in het hol van de leeuw. Beklemmend boek.
(Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2017, ****)
Een groot succes, want al in verschillende talen vertaald, is Het hart van het kwaad van de Italiaan Luca D'Andrea. Het boek heeft alles in zich om er een Hollywood-blockbuster van te maken: een Amerikaans hoofdpersonage, een spannende openingsscène, een oud moordmysterie, een de rangen sluitend bergdorp, een vleugje horror, en veel plotwendingen. Het verhaal dendert voorbij. Helaas is D'Andrea vergeten zijn personages wat diepgang mee te geven.
(Xander, 2017, ***)
Lijken in de kast van Francesco Recami is een vermakelijke misdaadroman, deel twee in een nieuwe serie. Lees hier de recensie.
(Serena Libri, 2017, ****)
Een aanrader in de categorie Tragikomedie is de reeks autobiografische romans van Joachim Meyerhoff, met eerder Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het nooit is geweest en Ach deze leegte, deze verschrikkelijke leegte. Het recent verschenen Amerika, eigenlijk het eerste deel van de trilogie, is iets minder boeiend dan de andere twee.
(Signatuur, 2017, ***)
Over Teruggeworpen van Donatella di Pietrantonio tot slot lees je hier later meer.
(Serena Libri, 2017, ***)
Posts tonen met het label tussendoor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tussendoor. Alle posts tonen
1 november 2017
22 juli 2016
De Belezen Belg (5): de Eddy Lipstick van het Heilig Roomse Rijk
Af en toe duikt in een boek een onverwachte Belg op. Hoe is die daar gekomen? De Belezen Belg zoekt het uit. Met vandaag de Eddy Lipstick van het Heilig Roomse Rijk.
Misschien eerst een woordje uitleg over Eddy Lipstick, al zullen de meeste Vlamingen wel weten over wie het gaat. Eddy Lipstick is (of was) een bekende pornoproducent. Zijn echte naam is Edward Glazenmakers, maar met zo'n naam maak je het niet in de business. Zijn meest vindingrijke titels zijn Postbus XXX, Bloot en meedogenloos en FC De Kapoenen. Tegenwoordig is het iets stiller rond Eddy, enkele rechtszaken over het verspreiden van pornografie en het organiseren van gangbangs niet te na gesproken (voor het tweede werd hij trouwens vrijgesproken).
Porno is natuurlijk van alle tijden, al verandert de beelddrager wel eens van vorm, en is de ene tijd of religie al wat toleranter dan de andere. Zelfs in de zestiende eeuw waren ze niet vies van een vies prentje. Zij die het konden betalen dan toch, zoals Rudolf II, keizer van het Heilige Roomse Rijk en aartshertog van Oostenrijk, gezegend met de typische Habsburger-kin (de frequente inteelt had zijn prijs).
Rudolf II hield niet van regeren. Hij vulde zijn Praagse paleis liever met exotische dieren: een dodo, paradijsvogels en een kasuaris; twee getraumatiseerde struisvogels, een Indiase neushoorn en een olifant. Daarnaast hield hij van curieuze schilderijen. Ene Arcimboldo maakte een portret van hem, samengesteld uit groenten en fruit.
Bovendien, en nu komen we tot de kern van de zaak, liet hij ene Bartholomeus Spranger (geboren in Antwerpen in 1546) "een stel van de meest pornografische schilderijen van eind 16de eeuw maken". Spranger wijdde zich vol overgave aan zijn taak, wat van hem de Eddy Lipstick van het Heilig Roomse Rijk maakt. Simon Winder zegt er in zijn boek over de Habsburgers nog het volgende over: "... de veelgeprezen Minerva zou met haar uitdagende houding, staalblauwe sexy outfit en speer ook nu nog in elke nachtclub opzien baren".
Misschien een tikkeltje overdreven van Winder (Eddy Lipstick kan er vast hartelijk mee lachen), maar anderzijds: veel kunnen die Habsburgers toch niet gewoon zijn geweest. Rudolf II stierf trouwens kinderloos - ik weet niet of dat relevant is -, maar zijn nazaten regeerden daarna nog een goeie driehonderd jaar over belangrijke delen van Centraal-Europa. Wie daar meer over wil weten, kan altijd Danubia eens lezen. Ik kan het van harte aanbevelen (net als Winders vorige, Germania).
Danubia van Simon Winder, Uitgeverij Spectrum, 2014
Misschien eerst een woordje uitleg over Eddy Lipstick, al zullen de meeste Vlamingen wel weten over wie het gaat. Eddy Lipstick is (of was) een bekende pornoproducent. Zijn echte naam is Edward Glazenmakers, maar met zo'n naam maak je het niet in de business. Zijn meest vindingrijke titels zijn Postbus XXX, Bloot en meedogenloos en FC De Kapoenen. Tegenwoordig is het iets stiller rond Eddy, enkele rechtszaken over het verspreiden van pornografie en het organiseren van gangbangs niet te na gesproken (voor het tweede werd hij trouwens vrijgesproken).
Porno is natuurlijk van alle tijden, al verandert de beelddrager wel eens van vorm, en is de ene tijd of religie al wat toleranter dan de andere. Zelfs in de zestiende eeuw waren ze niet vies van een vies prentje. Zij die het konden betalen dan toch, zoals Rudolf II, keizer van het Heilige Roomse Rijk en aartshertog van Oostenrijk, gezegend met de typische Habsburger-kin (de frequente inteelt had zijn prijs).
Rudolf II hield niet van regeren. Hij vulde zijn Praagse paleis liever met exotische dieren: een dodo, paradijsvogels en een kasuaris; twee getraumatiseerde struisvogels, een Indiase neushoorn en een olifant. Daarnaast hield hij van curieuze schilderijen. Ene Arcimboldo maakte een portret van hem, samengesteld uit groenten en fruit.
Bovendien, en nu komen we tot de kern van de zaak, liet hij ene Bartholomeus Spranger (geboren in Antwerpen in 1546) "een stel van de meest pornografische schilderijen van eind 16de eeuw maken". Spranger wijdde zich vol overgave aan zijn taak, wat van hem de Eddy Lipstick van het Heilig Roomse Rijk maakt. Simon Winder zegt er in zijn boek over de Habsburgers nog het volgende over: "... de veelgeprezen Minerva zou met haar uitdagende houding, staalblauwe sexy outfit en speer ook nu nog in elke nachtclub opzien baren".
Misschien een tikkeltje overdreven van Winder (Eddy Lipstick kan er vast hartelijk mee lachen), maar anderzijds: veel kunnen die Habsburgers toch niet gewoon zijn geweest. Rudolf II stierf trouwens kinderloos - ik weet niet of dat relevant is -, maar zijn nazaten regeerden daarna nog een goeie driehonderd jaar over belangrijke delen van Centraal-Europa. Wie daar meer over wil weten, kan altijd Danubia eens lezen. Ik kan het van harte aanbevelen (net als Winders vorige, Germania).
Danubia van Simon Winder, Uitgeverij Spectrum, 2014
31 december 2014
31 december 2012
2012
31 december. De laatste dag van het jaar. Traditiegetrouw zap ik de 1000 klassiekers van Radio 2 weg bij Peter Maffay en keer ik terug bij de eerste noten van Whole lotta Rosie in de Tijdloze van Studio Brussel.
31 december is ook een geschikt moment om terug te kijken op het voorbije leesjaar. Ik las 71 boeken (1 meer dan vorig jaar), 20.894 pagina's, van auteurs van 17 verschillende nationaliteiten. Het zal wellicht niet verwonderen dat daar 26 Italianen bij waren. Daarnaast 8 Vlamingen en 7 Amerikanen, 5 Nederlanders en 5 Zweden.
Het aandeel misdaadromans daalt al enkele jaren op rij: nu nog 23 stuks. Maar liefst 55 boeken dateren uit 2012. Dat is een record, denk ik.
Vier maal deelde ik vijf sterren uit:
Het grote vuur (2012)
Eva slaapt (2011)
Van acquit (2010)
De zaak Collini (2012)
Ook nog een pak viersterrenboeken, uiteraard, en helaas ook enkele keren slechts twee sterren.
Voor 2013 maak ik niet al te veel plannen, behalve twee: na een matig Afro-Amerikaans uitstapje vorig jaar keer ik terug naar een dikkerdje rond de jaarwende. De wet van de haat ziet er alvast veelbelovend uit.
En het tweede voornemen: om toch een beetje achterstand in te halen neem ik me voor in 2013 alle A-boeken in mijn boekenkast weg te werken. Dat zijn tien boeken, gaande van Frank Adam tot Silvia Avallone. Als ik dat volhou, ben ik tegen 2038 NTL-vrij.
Een mooi 2013 aan allen. Op lees- en ander gebied.
31 december is ook een geschikt moment om terug te kijken op het voorbije leesjaar. Ik las 71 boeken (1 meer dan vorig jaar), 20.894 pagina's, van auteurs van 17 verschillende nationaliteiten. Het zal wellicht niet verwonderen dat daar 26 Italianen bij waren. Daarnaast 8 Vlamingen en 7 Amerikanen, 5 Nederlanders en 5 Zweden.
Het aandeel misdaadromans daalt al enkele jaren op rij: nu nog 23 stuks. Maar liefst 55 boeken dateren uit 2012. Dat is een record, denk ik.
Vier maal deelde ik vijf sterren uit:
Het grote vuur (2012)
Eva slaapt (2011)
Van acquit (2010)
De zaak Collini (2012)
Ook nog een pak viersterrenboeken, uiteraard, en helaas ook enkele keren slechts twee sterren.
Voor 2013 maak ik niet al te veel plannen, behalve twee: na een matig Afro-Amerikaans uitstapje vorig jaar keer ik terug naar een dikkerdje rond de jaarwende. De wet van de haat ziet er alvast veelbelovend uit.
En het tweede voornemen: om toch een beetje achterstand in te halen neem ik me voor in 2013 alle A-boeken in mijn boekenkast weg te werken. Dat zijn tien boeken, gaande van Frank Adam tot Silvia Avallone. Als ik dat volhou, ben ik tegen 2038 NTL-vrij.
Een mooi 2013 aan allen. Op lees- en ander gebied.
29 december 2010
De top 10 van 2010
Ik ben laat met mijn top 10, dit jaar. Nog snel twee kanshebbers gelezen: de laatste Wallander en de nieuwe Harry Hole. Nu blijken ze geen van beide de top 10 te halen. Niet dat ze slecht zijn, verre van, maar ze hebben de extra promotie allang niet meer nodig. Dus 10 andere titels, geselecteerd uit 78 gelezen boeken.
Dames en heren, mijn top 10 voor 2010:
10. Petros Markaris - Het kindermeisje. Omdat een thriller niet altijd levensbedreigend moet zijn: een slimme Griek en zijn kibbelzieke vrouw.
9. Yann Martel - Beatrice en Vergilius. Want ‘het onvoorstelbare is de beste manier om mensen in iets te laten geloven’. Twee lieve beestjes, maar er schuilt nog zo veel achter.
8. Frederick Forsyth - De Cobra. Op De Afghaan na nooit iets van gelezen, maar ik hou wel van de no-nonsense stijl.
7. Sam Savage - De roep van de luiaard. Na Firmin bevestigt Savage zijn titel van koning van de tragikomedie.
6. Jussi Adler-Olsen - De noodkreet in de fles. Heerlijk trio, die Carl, Assad en Rose. En wat een plot.
5. Alessandro Baricco - De barbaren. Over de teloorgang van de cultuur, maar hoe dat toch niet zó erg is. Ik denk er nog regelmatig aan terug.
4. Karin Fossum - De waarschuwer. Ze blijft het doen.
3. Ferdinand von Schirach - Misdaden. De beste verhalenbundel sinds eeuwen, over de excuseerbaarheid van misdaden.
2. Arne Dahl - Midzomernachtdroom. Heerlijke humor, complex verhaal, waanzinnige plot.
1. Zoran Drvenkar - Sorry. Onthutsend, brandend actueel, laaiend spannend en mét een boodschap. Dit is dé thriller van het jaar.
Daarmee zit boekenjaar 2010 er helemaal op. We hopen het komende jaar meer goeie boeken in handen te krijgen en wensen de uitgevers alvast veel succes in hun zoektocht naar hét boek van 2011. Aan allen een mooi jaar toegewenst!
Dames en heren, mijn top 10 voor 2010:
10. Petros Markaris - Het kindermeisje. Omdat een thriller niet altijd levensbedreigend moet zijn: een slimme Griek en zijn kibbelzieke vrouw.
9. Yann Martel - Beatrice en Vergilius. Want ‘het onvoorstelbare is de beste manier om mensen in iets te laten geloven’. Twee lieve beestjes, maar er schuilt nog zo veel achter.
8. Frederick Forsyth - De Cobra. Op De Afghaan na nooit iets van gelezen, maar ik hou wel van de no-nonsense stijl.
7. Sam Savage - De roep van de luiaard. Na Firmin bevestigt Savage zijn titel van koning van de tragikomedie.
6. Jussi Adler-Olsen - De noodkreet in de fles. Heerlijk trio, die Carl, Assad en Rose. En wat een plot.
5. Alessandro Baricco - De barbaren. Over de teloorgang van de cultuur, maar hoe dat toch niet zó erg is. Ik denk er nog regelmatig aan terug.
4. Karin Fossum - De waarschuwer. Ze blijft het doen.
3. Ferdinand von Schirach - Misdaden. De beste verhalenbundel sinds eeuwen, over de excuseerbaarheid van misdaden.
2. Arne Dahl - Midzomernachtdroom. Heerlijke humor, complex verhaal, waanzinnige plot.
1. Zoran Drvenkar - Sorry. Onthutsend, brandend actueel, laaiend spannend en mét een boodschap. Dit is dé thriller van het jaar.
Daarmee zit boekenjaar 2010 er helemaal op. We hopen het komende jaar meer goeie boeken in handen te krijgen en wensen de uitgevers alvast veel succes in hun zoektocht naar hét boek van 2011. Aan allen een mooi jaar toegewenst!
20 juni 2010
Hercule Poirot in Bruges
Hercule Poirot is in Bruges, maar dat lijkt niet echt doorgedrongen tot de vele toeristen die dagelijks de stad belegeren. Zeker geen overrompeling dus, in de magnifieke Stadsschouwburg. Als genodigden van de pers kregen wij plaatsen op de derde rij toebedeeld. Om een idee te geven: als ik mijn arm had uitgestoken had ik net, over Mieke De Loof heen, het kalende hoofd van burgemeester Moenaert kunnen opblinken. Of, aan de andere kant, Aspe een van zijn lange grijze haren kunnen uittrekken. Dat zou nog geld opleveren ook, op e-Bay.
Een nieuw, klein thrillerfestivalletje dus, daar in Brugge. Dat ging niet gepaard met klachten over concurrentievervalsing, zoals bij de Nederlandse Mørd en dødslag. Eregasten waren namelijk Nicci French, het immer vrolijke Britse schrijverskoppel, en ondertussen toch ook een beetje vergane glorie. Nicci en Sean mochten op het podium komen uitleggen hoe ze hun boeken schrijven. Per mail, blijkbaar, hij in zijn tuinhuis en zij op zolder.
Verder bestond de voornaamste taak van Nicci French uit het overhandigen van de Hercule Poirotprijs, de enige thrilleronderscheiding die strikt is voorbehouden aan Vlaamse schrijvers. Met weliswaar één kleine uitzondering dit jaar: mevrouw Kisling, de helft van onze eigen Nicci French, echtgenote van meneer Verhuyck, is Nederlandse. Het echtpaar woont in Zeeland. De duim van Alva was in nog een ander opzicht een buitenbeentje: mevrouw Kisling vertelde op het podium dat spanning eigenlijk niet zo belangrijk is in hun boeken. Sterk als ze daarmee een thrillerprijs zouden winnen.
Tweede genomineerde was Bavo Dhooge, die de laatste tijd alom erkenning krijgt voor zijn komische, Tarantino-achtige thrillers. Zowel Knack als De Standaard, met hun respectieve thrillerrecensenten ook vertegenwoordigd in de jury, zijn onverholen fans. Mieke De Loof, derde genomineerde, kreeg dan weer in De Standaard slechts één ster toebedeeld voor Wrede schoonheid, nochtans, naar mijn bescheiden mening, een sfeervolle historische misdaadroman, waarin De Loof weer een stukje beter is geworden.
Maar wat is dat toch, spanning, vroeg de moderator zich af. Daar wist eigenlijk alleen Bob Van Laerhoven een kort en bondig antwoord op te geven. Spanning, dat is geconfronteerd worden met je angsten. Van Laerhoven las trouwens, zoals alle genomineerden, een stukje voor uit zijn boek. Dat ging over een jongeman met geplette benen en een starend oog in een opengebarsten schedel. Jawel, angsten en demonen.
Waarschijnlijk was dat het spannendste moment van de avond, want nog voor het evenement begon wisten we al wie de winnaar was. Achter ons vertelde Jos Pierreux, eveneens thrillerauteur maar niet genomineerd, dat hij elk jaar (De Bruyn werd al vijf keer genomineerd) een mailtje stuurt naar Patrick De Bruyn om hem alvast te feliciteren. Pierreux kreeg dan altijd een mailtje terug: nee, ik ben het niet, deze keer. Dit jaar: geen antwoord.
En inderdaad, De Bruyn kreeg van Nicci French de Hercule Poirotprijs 2010 overhandigd: een cheque van vijfduizend euro en een gegraveerde Montblanc-pen. De Bruyn kreeg nog even de lachers op zijn hand door een trilogie aan te kondigen, met als eerste titel Mannen die... hun benen scheren.
Naast de gewone Hercule Poirotprijs werd dit jaar ook een lifetime achievement award, een oeuvreprijs uitgedeeld, en wel aan Vlaanderens bestverkopende thrillerauteur Pieter Aspe. Burgemeester Moenaert mocht een mooi kunstwerk overhandigen, maar pas nadat Herbert Flack, hoofdrolspeler in de Aspe-tv-reeks en steeds herkenbaar aan welig tierend borsthaar en zwijmelende vrouwen, hem met een fragment uit Blauw bloed letterlijk te kakken had gezet. Aspe zelf stond er maar wat gegeneerd bij te lachen.
Muzikaal vertier was er ook, tussendoor, met zeer toepasselijk Rigor Mortis, een driemansgroepje dat zong over moord en doodslag. In het Nederlands nog wel. De hoofdredacteur van Knack verwoordde het treffend: ik was nog nooit zo dicht bij rigor mortis. Ook dat is eens een belevenis, op zo een thrilleravond.
Een nieuw, klein thrillerfestivalletje dus, daar in Brugge. Dat ging niet gepaard met klachten over concurrentievervalsing, zoals bij de Nederlandse Mørd en dødslag. Eregasten waren namelijk Nicci French, het immer vrolijke Britse schrijverskoppel, en ondertussen toch ook een beetje vergane glorie. Nicci en Sean mochten op het podium komen uitleggen hoe ze hun boeken schrijven. Per mail, blijkbaar, hij in zijn tuinhuis en zij op zolder.Verder bestond de voornaamste taak van Nicci French uit het overhandigen van de Hercule Poirotprijs, de enige thrilleronderscheiding die strikt is voorbehouden aan Vlaamse schrijvers. Met weliswaar één kleine uitzondering dit jaar: mevrouw Kisling, de helft van onze eigen Nicci French, echtgenote van meneer Verhuyck, is Nederlandse. Het echtpaar woont in Zeeland. De duim van Alva was in nog een ander opzicht een buitenbeentje: mevrouw Kisling vertelde op het podium dat spanning eigenlijk niet zo belangrijk is in hun boeken. Sterk als ze daarmee een thrillerprijs zouden winnen.
Tweede genomineerde was Bavo Dhooge, die de laatste tijd alom erkenning krijgt voor zijn komische, Tarantino-achtige thrillers. Zowel Knack als De Standaard, met hun respectieve thrillerrecensenten ook vertegenwoordigd in de jury, zijn onverholen fans. Mieke De Loof, derde genomineerde, kreeg dan weer in De Standaard slechts één ster toebedeeld voor Wrede schoonheid, nochtans, naar mijn bescheiden mening, een sfeervolle historische misdaadroman, waarin De Loof weer een stukje beter is geworden.Maar wat is dat toch, spanning, vroeg de moderator zich af. Daar wist eigenlijk alleen Bob Van Laerhoven een kort en bondig antwoord op te geven. Spanning, dat is geconfronteerd worden met je angsten. Van Laerhoven las trouwens, zoals alle genomineerden, een stukje voor uit zijn boek. Dat ging over een jongeman met geplette benen en een starend oog in een opengebarsten schedel. Jawel, angsten en demonen.
Waarschijnlijk was dat het spannendste moment van de avond, want nog voor het evenement begon wisten we al wie de winnaar was. Achter ons vertelde Jos Pierreux, eveneens thrillerauteur maar niet genomineerd, dat hij elk jaar (De Bruyn werd al vijf keer genomineerd) een mailtje stuurt naar Patrick De Bruyn om hem alvast te feliciteren. Pierreux kreeg dan altijd een mailtje terug: nee, ik ben het niet, deze keer. Dit jaar: geen antwoord.
En inderdaad, De Bruyn kreeg van Nicci French de Hercule Poirotprijs 2010 overhandigd: een cheque van vijfduizend euro en een gegraveerde Montblanc-pen. De Bruyn kreeg nog even de lachers op zijn hand door een trilogie aan te kondigen, met als eerste titel Mannen die... hun benen scheren.
Naast de gewone Hercule Poirotprijs werd dit jaar ook een lifetime achievement award, een oeuvreprijs uitgedeeld, en wel aan Vlaanderens bestverkopende thrillerauteur Pieter Aspe. Burgemeester Moenaert mocht een mooi kunstwerk overhandigen, maar pas nadat Herbert Flack, hoofdrolspeler in de Aspe-tv-reeks en steeds herkenbaar aan welig tierend borsthaar en zwijmelende vrouwen, hem met een fragment uit Blauw bloed letterlijk te kakken had gezet. Aspe zelf stond er maar wat gegeneerd bij te lachen.Muzikaal vertier was er ook, tussendoor, met zeer toepasselijk Rigor Mortis, een driemansgroepje dat zong over moord en doodslag. In het Nederlands nog wel. De hoofdredacteur van Knack verwoordde het treffend: ik was nog nooit zo dicht bij rigor mortis. Ook dat is eens een belevenis, op zo een thrilleravond.
28 december 2009
2009 in vogelvlucht
Ik begin het jaar 2010 met een dik boek. Dat moet zo in de kerstdagen, vind ik. In je zetel naast de kerstboom, onder de gloednieuwe Kyoto-ledlichtjes, met een dekentje over de uitgestrekte benen, is je baas niet meer dan een verre schim, die je op dat moment zelfs alle goeds toewenst. Bij al die kerstromantiek hoort ook een dik boek, waarin je je urenlang kan verliezen. Ik deed dat in 2009 ook, en het leverde de eerste topper van het jaar op: De Welwillenden van Jonathan Littell. Een hels boek, concludeerde ik toen.
Nog geen maand later was het eerste vijfsterrenboek een feit. Voor mij blijft Jo Nesbø de beste Scandinavische thrillerschrijver, omdat hij het hele spectrum beheerst van psychologische spanning tot loeiharde actie. De sneeuwman vormt daar met al zijn plotwendingen geen uitzondering op. Vlak daarna volgde nog een topper: De eenzaamheid van de priemgetallen van de jonge Italiaan Paolo Giordano. Terecht de jongste winnaar ooit van de belangrijkste Italiaanse literatuurprijs.
Op een lauwe maand februari, vooral gevuld met een indigestie wegens de gebroeders Karamazov, volgde een veel vruchtbaarder maand maart. Ik amuseerde me met Stiletto Libretto, waarvoor Bavo Dhooge later in het jaar de Diamanten Kogel zou ontvangen. Doe daar nog Vargas' De eeuwige jacht bovenop, en de maand kan niet meer stuk.
Toch deed de maand april het nóg beter, met twee vijfsterrenboeken op rij. Wellicht het beste boek van 2009 is De paleisraad van Stephen L. Carter, een topper onder de politieke thrillers, die werd gevolgd door Gerechtigheid van Stieg Larsson, het derde deel van de Millennium-trilogie en op zijn eentje de hype waard.
Mei bracht een nieuwe Dahl (Bijbelse wateren), een nieuwe Pat Barker (Modelklas) en een nieuwe Camilleri (De vleugels van de sfinx), van wie de boeken hier onderhand deel uitmaken van het meubilair. Maar de grootste verrassing van de maand was Empire Falls van Richard Russo, al vijf jaar oud, maar ten onrechte zo lang blijven liggen.
Juni bracht niet veel nieuws, behalve misschien een zeer aangenaam boek
over een rat genaamd Firmin. In juli was ik op reis, wat steevast ook goeie titels oplevert. Dan denk ik vooral aan Godenslaap van Erwin Mortier. De man lijkt soms een pathetische aandachtzoeker en relschopper, maar zijn boek mag er zeker zijn. Nog in juli: het beste non-fictieboek dat ik dit jaar las, Perzisch vuur van Tom Holland; en eigenlijk ook non-fictie, maar iets helemaal anders: het hilarische Het nieuws in drie regels van Félix Fénéon.
Over augustus valt niet veel te vertellen, dus meteen over naar september, waarin Paul Harris in De geheimhouder een vergeten Afrikaans conflict iets dichterbij brengt. Oktober was niet veel soeps, maar november leverde Gezusters Materassi op, waarin twee oudere zussen afwisselend tongzoenen met en beven voor hun ondeugende neef.
December, tot slot, verraste met een uitstekend Vlaams debuut, De minzame moordenaar van Bram Dehouck, en bevestigde Karin Fossum als queen of psychosuspense met Kwade wil.
Tot zover het jaar 2009. Ik ga nu verder met mijn dik boek, dat misschien wel volgend jaar het lijstje haalt. Noteer alvast in uw agenda: De Toren van Uwe Tellkamp, het boek dat 2010 inluidde.
Nog geen maand later was het eerste vijfsterrenboek een feit. Voor mij blijft Jo Nesbø de beste Scandinavische thrillerschrijver, omdat hij het hele spectrum beheerst van psychologische spanning tot loeiharde actie. De sneeuwman vormt daar met al zijn plotwendingen geen uitzondering op. Vlak daarna volgde nog een topper: De eenzaamheid van de priemgetallen van de jonge Italiaan Paolo Giordano. Terecht de jongste winnaar ooit van de belangrijkste Italiaanse literatuurprijs.Op een lauwe maand februari, vooral gevuld met een indigestie wegens de gebroeders Karamazov, volgde een veel vruchtbaarder maand maart. Ik amuseerde me met Stiletto Libretto, waarvoor Bavo Dhooge later in het jaar de Diamanten Kogel zou ontvangen. Doe daar nog Vargas' De eeuwige jacht bovenop, en de maand kan niet meer stuk.
Toch deed de maand april het nóg beter, met twee vijfsterrenboeken op rij. Wellicht het beste boek van 2009 is De paleisraad van Stephen L. Carter, een topper onder de politieke thrillers, die werd gevolgd door Gerechtigheid van Stieg Larsson, het derde deel van de Millennium-trilogie en op zijn eentje de hype waard.Mei bracht een nieuwe Dahl (Bijbelse wateren), een nieuwe Pat Barker (Modelklas) en een nieuwe Camilleri (De vleugels van de sfinx), van wie de boeken hier onderhand deel uitmaken van het meubilair. Maar de grootste verrassing van de maand was Empire Falls van Richard Russo, al vijf jaar oud, maar ten onrechte zo lang blijven liggen.
Juni bracht niet veel nieuws, behalve misschien een zeer aangenaam boek
over een rat genaamd Firmin. In juli was ik op reis, wat steevast ook goeie titels oplevert. Dan denk ik vooral aan Godenslaap van Erwin Mortier. De man lijkt soms een pathetische aandachtzoeker en relschopper, maar zijn boek mag er zeker zijn. Nog in juli: het beste non-fictieboek dat ik dit jaar las, Perzisch vuur van Tom Holland; en eigenlijk ook non-fictie, maar iets helemaal anders: het hilarische Het nieuws in drie regels van Félix Fénéon.Over augustus valt niet veel te vertellen, dus meteen over naar september, waarin Paul Harris in De geheimhouder een vergeten Afrikaans conflict iets dichterbij brengt. Oktober was niet veel soeps, maar november leverde Gezusters Materassi op, waarin twee oudere zussen afwisselend tongzoenen met en beven voor hun ondeugende neef.
December, tot slot, verraste met een uitstekend Vlaams debuut, De minzame moordenaar van Bram Dehouck, en bevestigde Karin Fossum als queen of psychosuspense met Kwade wil.
Tot zover het jaar 2009. Ik ga nu verder met mijn dik boek, dat misschien wel volgend jaar het lijstje haalt. Noteer alvast in uw agenda: De Toren van Uwe Tellkamp, het boek dat 2010 inluidde.
25 december 2008
Dit was 2008
Het is nu kerstdag 2008. De kalkoen van gisteravond is verteerd, de laatste nevelen van de wijn van deze middag zijn uit mijn hoofd verdwenen. Er is naar gewoonte niets op tv, dus kan ik even gaan mijmeren over het leesjaar 2008. Als alles goed gaat, lees ik vandaag of morgen het honderdste boek, met in aantal pagina's de hoogste score sinds het begin van de tellingen. Honderd boeken dus, waarvan vijfenvijftig uit 2008. Drieëntwintig werden geschreven door Britten, zeventien door Italianen. Het gemiddelde boek telt 314 bladzijden, met uitschieters van 94 tot 1437. In vijf gevallen ging ik voor de volle vijf sterren. Aangevuld met zesendertig keer vier sterren kom ik aan een heel mooi lijstje. Slechts twee boeken waren dit jaar beter niet geschreven, en jammer genoeg zijn dat pennenvruchten van 2 taalgenoten (schaam u, Christian en Sietse).
Getallen zeggen ook niet alles, dus zet ik even de beste boeken op een rijtje. Een van de beste thrillers van het jaar kwam van Roslund & Hellström, een schrijversduo uit Zweden. De uitlevering is een boek als een uppercut over een maatschappelijk beladen thema: de doodstraf. Andere boeken van beide heren staan op het lijstje voor 2009. Eveneens Zweeds, maar veel luchtiger van aard is Europa Blues van Arne Dahl, het vierde boek in de reeks rond het niet normale A-team. Goed nieuws gehoord dit jaar: de oorspronkelijk tiendelige reeks krijgt nog een staartje. Volgend jaar vast een nieuw deel bij De Geus.
Over naar Italië dan, waar ik mijn lezershart verloor en in 2008 nog niet terugvond. Topper was ongetwijfeld Zoutgezicht van Eraldo Baldini, de meester van de noir. Hij combineert een inktzwarte sfeer met morele kwesties, een duister stukje geschiedenis en een knap verzonnen plot. En ook de laatste twee vijfsterrenboeken komen uit Italië. Pietro Grossi debuteerde in 2007 met Vuistslagen, drie korte verhalen over opgroeien, nu eens ontroerend mooi, dan weer geweldig grappig. Tot slot, in de categorie 'klassiekers': Is dit een mens, het Holocaustrelaas van Primo Levi. Zijn dat mensen, de nazi's die moorden naar willekeur? Zijn dat mensen, de kampbewoners die de schoenen stelen van de sukkelaar naast hen? Een monument van een boek.
Ik zou ook een overzichtje kunnen geven van de viersterrenboeken, maar ik doe het niet. Ze zijn stuk voor stuk te vinden op het net, op een blog genaamd De wraak van de dodo, op LibraryThing, en op die andere fantastische site, misdaadromans.nl. In 2009 gaan we gewoon verder waar we mee bezig zijn: goeie boeken lezen, op tijd en stond aangevuld met een vrolijke noot op het misdaadforum. Voor het eerst ook met een negen maanden omvattend project, onze eigen 999-uitdaging. Ik heb er ontzettend veel zin in. Nog zes keer slapen...
Getallen zeggen ook niet alles, dus zet ik even de beste boeken op een rijtje. Een van de beste thrillers van het jaar kwam van Roslund & Hellström, een schrijversduo uit Zweden. De uitlevering is een boek als een uppercut over een maatschappelijk beladen thema: de doodstraf. Andere boeken van beide heren staan op het lijstje voor 2009. Eveneens Zweeds, maar veel luchtiger van aard is Europa Blues van Arne Dahl, het vierde boek in de reeks rond het niet normale A-team. Goed nieuws gehoord dit jaar: de oorspronkelijk tiendelige reeks krijgt nog een staartje. Volgend jaar vast een nieuw deel bij De Geus.
Over naar Italië dan, waar ik mijn lezershart verloor en in 2008 nog niet terugvond. Topper was ongetwijfeld Zoutgezicht van Eraldo Baldini, de meester van de noir. Hij combineert een inktzwarte sfeer met morele kwesties, een duister stukje geschiedenis en een knap verzonnen plot. En ook de laatste twee vijfsterrenboeken komen uit Italië. Pietro Grossi debuteerde in 2007 met Vuistslagen, drie korte verhalen over opgroeien, nu eens ontroerend mooi, dan weer geweldig grappig. Tot slot, in de categorie 'klassiekers': Is dit een mens, het Holocaustrelaas van Primo Levi. Zijn dat mensen, de nazi's die moorden naar willekeur? Zijn dat mensen, de kampbewoners die de schoenen stelen van de sukkelaar naast hen? Een monument van een boek.
Ik zou ook een overzichtje kunnen geven van de viersterrenboeken, maar ik doe het niet. Ze zijn stuk voor stuk te vinden op het net, op een blog genaamd De wraak van de dodo, op LibraryThing, en op die andere fantastische site, misdaadromans.nl. In 2009 gaan we gewoon verder waar we mee bezig zijn: goeie boeken lezen, op tijd en stond aangevuld met een vrolijke noot op het misdaadforum. Voor het eerst ook met een negen maanden omvattend project, onze eigen 999-uitdaging. Ik heb er ontzettend veel zin in. Nog zes keer slapen...
9 oktober 2008
Koud bloed

We spreken dezelfde taal, akkoord. Maar wel met een ander accent, en we moeten moeite doen om elkaar te verstaan bij, nou ja, een glaasje karnemelk in de Amsterdamse binnenstad. Jullie staan een beetje meewarig te grinniken over ons sappige Vlaams. Wij van onze kant denken van spreek toch Nederlands, man, jusdorange is Frans, en bovendien nog slecht uitgesproken ook. We spreken dezelfde taal, meestal, maar daar houdt het zo'n beetje bij op.
Neem nu onze misdaadauteurs. Charles den Tex, heel goeie schrijver, maar hoeveel boeken verkoopt hij in Vlaanderen? Of Simon de Waal: krijgt een prijs van de Vlaamse misdaadauteurs, de grootste thrillerprijs in Vlaanderen. Maar zien we hem opduiken in de verkooplijstjes van Standaard Boekhandel? (Misschien onder een andere naam; Walen doen het hier in het algemeen niet zo goed dezer dagen.) Om nog te zwijgen van Saskia Noort of Simone van der Vlugt. Verkoopkanonnen in eigen land, en zelfs ver daarbuiten, maar nauwelijks meer dan een voetnoot in Vlaanderen. Dat is natuurlijk niet noodzakelijk een probleem: het is niet gezegd dat met elke onontdekte Nederlander een literair hoogtepunt aan ons voorbijgaat. In omgekeerde richting aarzelen we overigens niet hetzelfde te zeggen van Pieter Aspe, onze eigen nummer één. Amusant tijdverdrijf, klopt, maar dan toch liever op tv. Zoals Baantjer bij ons.
Hoeft het te verwonderen dat ook de misdaad op zich aan de grens blijft hangen? De zaak-Dutroux, ja, die is gekend, maar dat geldt voor heel de wereld. Misschien doet de ontvoering van ex-premier Vanden Boeynants nog een belletje rinkelen. Of de CCC, de Bende van Nijvel, Andras Pandy. Maar dan graaf ik al héél diep in het Nederlandse geheugen. Idem dito in omgekeerde richting. Neem nu het eerste nummer van Koud Bloed, het nieuwe true crime magazine van uitgeverij Nieuw Amsterdam. Sla als brave Vlaming maar eens de inhoudstabel open. 'Schwantje's Fijne Vleeschwaren'. Wie vindt dat toch uit, een naam als 'Schwantje'? Auteur van het slagersverhaal blijkt A.F.Th. van der Heijden. Mmm. Is dat niet die mens van Het schervengericht, verslonden in Nederland, onopgemerkt in Vlaanderen? Toch even bladeren. Het artikel gaat over een moord in Geldrop, een aanslag op een keurslager. Best interessant. Het verhaal vormt de basis van een toekomstige roman, zegt de intro. Wordt vast een bestseller in Nederland.
Terug naar de inhoudstafel. In memoriam: Frits van de Wereld (Frits van Nederland, neem ik aan). De Deventer Moordzaak. De Enschedese Ontuchtzaak. Ondanks de hoofdletters aan ons voorbijgegaan? Liquidatie op de Dam: het verslag van een aanslag op Konstantin Dimitrov op klaarlichte dag, met een lijk onder een deken en kerstverlichting op de foto. Hé ja, de Dam, is dat niet in Amsterdam? Twee pagina's verder: Christiaan Donner, neef van de Nederlandse collega van Jo Vandeurzen. Jo wie? Precies.
Mijn vrees is uitgekomen. Natuurlijk is het een goed idee, een tijdschrift over true crime. Het is aangenaam vormgegeven, eens iets anders dan de glanzende Goedele-bladen van de laatste tijd (Goedele is onze Linda, overigens). Er staan best goeie dingen in. Eva Maria Staal schreef een aardig kortverhaal. Leuk stripverhaaltje ook. Dan nog iets amusants over vijf vingers in een pot. Maar aan de andere kant: de heren Froentjes en Zeldenrust interesseren me geen zier, en dat geldt evenzeer voor het Bargoens van Israël Querido. Koud bloed kan het in Nederland misschien gaan maken, bij de liefhebbers van het genre. Maar in Vlaanderen? Ik weet wel zeker van niet. En dat was misschien ook niet de bedoeling. Eerlijk gezegd, we hebben zelf al misdadigers genoeg.
Het tweede nummer van Koud bloed is nu te koop.
22 september 2008
Godverdomse twijfel
Godverdomse Humo. Excusez le mot, beste vrienden. Zweer niet ijdel, vloek noch spot, leerden we op de lagere school, maar de omstandigheden nopen tot krasse taal. Godverdomse dagen op een godverdomse bol zit morgen gratis bij Humo, het boekske van de linkse intelligentsia. Wat moeten we daar godverdomme mee aanvangen?
Voor degenen die de laatste maand deze godverdomse bol verlaten hadden voor een tripje naar Mars: we hebben het hier over de nieuwe roman van Dimitri Verhulst, bestsellerauteur in Vlaanderen. Maar liefst 320.000 exemplaren deelt Humo uit. Dat zijn er bijna vier keer zoveel als Verhulst Helaasheden verkocht.
Jawel vrienden, het is een grote stunt die Humo ons hier lapt. Zelfs in tijden waarin je geen krant kan openslaan zonder dat er een boek uit valt, is dit ongezien. Duizenden, tienduizenden, honderdduizenden mensen krijgen in primeur de nieuwe roman van een bestsellerauteur in handen. Gratis en voor niets. Evenzo zullen duizenden, tienduizenden, misschien wel honderdduizenden hem meteen in een doos smijten en binnen de vijf minuten vergeten. Of nog erger: ze knakken de rug en doen alsof ze hem gelezen hebben. Leesbevordering, mijn voeten. Wie echt Verhulst wil lezen, die koopt hem toch. Neen, vrienden, aan een stunt met valse pretenties werk ik niet mee.
Bovendien: wat met onze arme boekhandelaars? Wordt er eindelijk nog eens een geheide Vlaamse bestseller op het schap verwacht, dumpen de boekskes hem zomaar in ieders brievenbus. Vaarwel piekende omzet, dag rooie cijfers. Neen, ik koop hem niet, die Humo. Uit solidariteit.
En dan nog. Wat kunnen we eigenlijk verwachten van die Godverdomse dagen? Geen oer-Vlaamse ambiance. Geen idioterieën als een zuipronde van Frankrijk. Integendeel. Een doodserieuze geschiedenis van de wereld in een goeie 200 pagina’s. Om nog te zwijgen van die godverdomse titel. Heiligschennis is het! Als we ooit onze kennis van de wereldgeschiedenis willen bijschaven, dan lezen we wel de encyclopedie. Binnenkort in zestien delen gratis bij Humo.
Maar, beste vrienden, wie proberen we hier iets wijs te maken? Natúúrlijk trekken we morgen met zijn allen naar de krantenwinkel. Wie laat in hemelsnaam een gratis boek liggen van een schrijver als Dimitri Verhulst? Ik misschien. Of misschien ook niet. Die godverdomse twijfel…
> recensie Godverdomse dagen op een godverdomse bol
> recensie De helaasheid der dingen
Voor degenen die de laatste maand deze godverdomse bol verlaten hadden voor een tripje naar Mars: we hebben het hier over de nieuwe roman van Dimitri Verhulst, bestsellerauteur in Vlaanderen. Maar liefst 320.000 exemplaren deelt Humo uit. Dat zijn er bijna vier keer zoveel als Verhulst Helaasheden verkocht.
Jawel vrienden, het is een grote stunt die Humo ons hier lapt. Zelfs in tijden waarin je geen krant kan openslaan zonder dat er een boek uit valt, is dit ongezien. Duizenden, tienduizenden, honderdduizenden mensen krijgen in primeur de nieuwe roman van een bestsellerauteur in handen. Gratis en voor niets. Evenzo zullen duizenden, tienduizenden, misschien wel honderdduizenden hem meteen in een doos smijten en binnen de vijf minuten vergeten. Of nog erger: ze knakken de rug en doen alsof ze hem gelezen hebben. Leesbevordering, mijn voeten. Wie echt Verhulst wil lezen, die koopt hem toch. Neen, vrienden, aan een stunt met valse pretenties werk ik niet mee.
Bovendien: wat met onze arme boekhandelaars? Wordt er eindelijk nog eens een geheide Vlaamse bestseller op het schap verwacht, dumpen de boekskes hem zomaar in ieders brievenbus. Vaarwel piekende omzet, dag rooie cijfers. Neen, ik koop hem niet, die Humo. Uit solidariteit.
En dan nog. Wat kunnen we eigenlijk verwachten van die Godverdomse dagen? Geen oer-Vlaamse ambiance. Geen idioterieën als een zuipronde van Frankrijk. Integendeel. Een doodserieuze geschiedenis van de wereld in een goeie 200 pagina’s. Om nog te zwijgen van die godverdomse titel. Heiligschennis is het! Als we ooit onze kennis van de wereldgeschiedenis willen bijschaven, dan lezen we wel de encyclopedie. Binnenkort in zestien delen gratis bij Humo.
Maar, beste vrienden, wie proberen we hier iets wijs te maken? Natúúrlijk trekken we morgen met zijn allen naar de krantenwinkel. Wie laat in hemelsnaam een gratis boek liggen van een schrijver als Dimitri Verhulst? Ik misschien. Of misschien ook niet. Die godverdomse twijfel…
> recensie Godverdomse dagen op een godverdomse bol
> recensie De helaasheid der dingen
20 september 2008
Diamanten Kogel 2008
Van onze reporter ter plaatse, Jeroen Beghin
Vorig jaar was ondergetekende er niet bij, bij de uitreiking van de Diamanten Kogel, maar in De Dolle Mol was het vast zo geen chique bedoening als dit jaar. Onder normale omstandigheden moet je eerst voorbij de parkeerwacht geraken en een print laten maken van je identiteitskaart voordat je binnen mag in het Antwerpse provinciehuis. Dan zijn de Vlaamse misdaadauteurs toch een stuk soepeler. Iedereen welkom voor het jaarlijkse hoogfeest van de Vlaamse thrillerschrijversgilde: de uitreiking van de Diamanten Kogel.
De receptie stond op de uitnodiging aangekondigd als afronding van de avond, maar jawel, ook vooraf kan er al een glaasje gedronken worden. Lekkere wijn, trouwens, of een Koninckske voor de liefhebbers. Een jazzorkestje zorgt voor de sfeer, een kunstenaar schildert portretten en de webmaster trekt foto’s van het chique en minder chique volk.
Klokslag 20.30 uur: de trap op naar de raadszaal, waar normaal de provincieraad vergadert, wegzinkend in lederen zetels onder een gigantische kristallen luster. Op twee grote schermen een impressie van het kleinood waar het allemaal om draait: de Diamanten Kogel is geen kogel, maar een zilveren boksbeugel, ontworpen door Wim Delvoye.
Mieke De Loof, voorzitster van de misdaadauteurs, opent plechtig de zitting, waarna o.a. Jim Madison Davis, de dag ervoor nog docent in een masterclass plotschrijven aan de universiteit van Antwerpen, het woord neemt. De masterclass, dat is misschien het vermelden waard, trok 49 geïnteresseerden, scenarioschrijvers en misdaadauteurs. Misschien wordt er volgend jaar wél weer een Vlaming genomineerd?
Dan is het de beurt aan Jan Lampo, kersvers misdaadauteur, om een paar naar eigen zeggen weinig geïnspireerde vragen te stellen aan de aanwezige auteurs. Of Escobar (!) een taakverdeling heeft bij het duoschrijven (ja). Of Simon De Waal niet gepest wordt door zijn collega’s (neen). Van Patricia Van Mierlo onthouden we vooral dat ze vraagt wat dan wel het breedste onderdeel is van de heer Lampo (zijn buik). Ja, er mag ook gelachen worden, en ja, Lampo had het zelf uitgelokt. Het mooiste antwoord staat op naam van Charles den Tex, op de vraag of hij het niet jammer vindt dat sommige mensen neerkijken op thrillers. 'Je kan maar teleurgesteld zijn als je geen waardering krijgt van mensen van wie je dat belangrijk vindt. Van sommige (literaire) kringen hoef ik die appreciatie helemaal niet.' Kort applaus van het publiek.
Na de voorstelling van de genomineerden is het woord aan Henri-Floris Jespers, voorzitter van de jury en ouderdomsdeken binnen het Genootschap. Het geluid is evenwel niet optimaal, en dat is niet te wijten aan de techniek. Vooral de Nederlandse genodigden hebben er naar verluidt geen jota van begrepen. Maar ook deze uiteenzetting gaat voorbij, zodat gouverneur Berx kan overgaan tot het moment suprême. Ik heb de eerste 100 pagina’s al gelezen, zegt ze, en ik beloof de auteur plechtig het boek tegen het weekend helemaal uit te lezen. Of toch minstens na het weekend. Zonder er verder veel woorden aan vuil te maken gaat Berx over tot de bekendmaking van de winnaar. De Diamanten Kogel 2008 gaat naar Simon De Waal voor Pentito.
Zoals dat hoort, verontschuldigt De Waal zich dat hij geen speech heeft voorbereid. Hij had het niet verwacht, zegt hij, aangezien hij zich tussen reuzen bevond. De hele familie De Waal, uitgever en redacteur worden uitgebreid bedankt. Simon zelf krijgt de befaamde boksbeugel in zijn handen gedrukt.
Weer naar beneden dan maar, voor het tweede deel van de receptie. Verschanst achter een tafeltje met hapjes (kunnen wíj eraan doen dat een heel dienblad met broodjes tomaat-mozzarella voor onze neus wordt neergezet? En een assortiment groenten met dipsaus? Olijven, ansjovis, nootjes en chips?) bewegen we een beetje mee met het jazzorkestje en wenken we af en toe een van de obers. Het publiek rondom ons wordt niet echt luidruchtiger, daar is het te deftig voor, maar wel leutiger. Een goeie gelegenheid om complotten te smeden, komt een dame ons toefluisteren. Ze houdt ons voor studenten journalistiek, en lacht met de hoeveelheid hapjes voor onze neus.
Eén ding weten we nu al: volgend jaar komen we terug, en dan gaan we niet eten op voorhand. Tegen dan willen we ook Pentito gelezen hebben. En hopen we ook voor enkele Vlamingen te kunnen duimen. Maar toegegeven: de beste heeft gewonnen. Henri-Floris Jespers heeft het zelf gezegd. Of op zijn minst gefluisterd.
Verslag tevens geplaatst op misdaadromans.nl.
Vorig jaar was ondergetekende er niet bij, bij de uitreiking van de Diamanten Kogel, maar in De Dolle Mol was het vast zo geen chique bedoening als dit jaar. Onder normale omstandigheden moet je eerst voorbij de parkeerwacht geraken en een print laten maken van je identiteitskaart voordat je binnen mag in het Antwerpse provinciehuis. Dan zijn de Vlaamse misdaadauteurs toch een stuk soepeler. Iedereen welkom voor het jaarlijkse hoogfeest van de Vlaamse thrillerschrijversgilde: de uitreiking van de Diamanten Kogel.
De receptie stond op de uitnodiging aangekondigd als afronding van de avond, maar jawel, ook vooraf kan er al een glaasje gedronken worden. Lekkere wijn, trouwens, of een Koninckske voor de liefhebbers. Een jazzorkestje zorgt voor de sfeer, een kunstenaar schildert portretten en de webmaster trekt foto’s van het chique en minder chique volk.
Klokslag 20.30 uur: de trap op naar de raadszaal, waar normaal de provincieraad vergadert, wegzinkend in lederen zetels onder een gigantische kristallen luster. Op twee grote schermen een impressie van het kleinood waar het allemaal om draait: de Diamanten Kogel is geen kogel, maar een zilveren boksbeugel, ontworpen door Wim Delvoye.
Mieke De Loof, voorzitster van de misdaadauteurs, opent plechtig de zitting, waarna o.a. Jim Madison Davis, de dag ervoor nog docent in een masterclass plotschrijven aan de universiteit van Antwerpen, het woord neemt. De masterclass, dat is misschien het vermelden waard, trok 49 geïnteresseerden, scenarioschrijvers en misdaadauteurs. Misschien wordt er volgend jaar wél weer een Vlaming genomineerd?
Dan is het de beurt aan Jan Lampo, kersvers misdaadauteur, om een paar naar eigen zeggen weinig geïnspireerde vragen te stellen aan de aanwezige auteurs. Of Escobar (!) een taakverdeling heeft bij het duoschrijven (ja). Of Simon De Waal niet gepest wordt door zijn collega’s (neen). Van Patricia Van Mierlo onthouden we vooral dat ze vraagt wat dan wel het breedste onderdeel is van de heer Lampo (zijn buik). Ja, er mag ook gelachen worden, en ja, Lampo had het zelf uitgelokt. Het mooiste antwoord staat op naam van Charles den Tex, op de vraag of hij het niet jammer vindt dat sommige mensen neerkijken op thrillers. 'Je kan maar teleurgesteld zijn als je geen waardering krijgt van mensen van wie je dat belangrijk vindt. Van sommige (literaire) kringen hoef ik die appreciatie helemaal niet.' Kort applaus van het publiek.
Na de voorstelling van de genomineerden is het woord aan Henri-Floris Jespers, voorzitter van de jury en ouderdomsdeken binnen het Genootschap. Het geluid is evenwel niet optimaal, en dat is niet te wijten aan de techniek. Vooral de Nederlandse genodigden hebben er naar verluidt geen jota van begrepen. Maar ook deze uiteenzetting gaat voorbij, zodat gouverneur Berx kan overgaan tot het moment suprême. Ik heb de eerste 100 pagina’s al gelezen, zegt ze, en ik beloof de auteur plechtig het boek tegen het weekend helemaal uit te lezen. Of toch minstens na het weekend. Zonder er verder veel woorden aan vuil te maken gaat Berx over tot de bekendmaking van de winnaar. De Diamanten Kogel 2008 gaat naar Simon De Waal voor Pentito.
Zoals dat hoort, verontschuldigt De Waal zich dat hij geen speech heeft voorbereid. Hij had het niet verwacht, zegt hij, aangezien hij zich tussen reuzen bevond. De hele familie De Waal, uitgever en redacteur worden uitgebreid bedankt. Simon zelf krijgt de befaamde boksbeugel in zijn handen gedrukt.
Weer naar beneden dan maar, voor het tweede deel van de receptie. Verschanst achter een tafeltje met hapjes (kunnen wíj eraan doen dat een heel dienblad met broodjes tomaat-mozzarella voor onze neus wordt neergezet? En een assortiment groenten met dipsaus? Olijven, ansjovis, nootjes en chips?) bewegen we een beetje mee met het jazzorkestje en wenken we af en toe een van de obers. Het publiek rondom ons wordt niet echt luidruchtiger, daar is het te deftig voor, maar wel leutiger. Een goeie gelegenheid om complotten te smeden, komt een dame ons toefluisteren. Ze houdt ons voor studenten journalistiek, en lacht met de hoeveelheid hapjes voor onze neus.
Eén ding weten we nu al: volgend jaar komen we terug, en dan gaan we niet eten op voorhand. Tegen dan willen we ook Pentito gelezen hebben. En hopen we ook voor enkele Vlamingen te kunnen duimen. Maar toegegeven: de beste heeft gewonnen. Henri-Floris Jespers heeft het zelf gezegd. Of op zijn minst gefluisterd.
Verslag tevens geplaatst op misdaadromans.nl.
Abonneren op:
Posts (Atom)





